reizen

Onthaasten op Lamu

Van de week vond ik in een van mijn verhuisdozen een stapel krantenknipsels terug van De Telegraaf / Reiskrant. Interessante reisverhalen/artikelen die niet zo gangbaar waren. Natuurlijk heb ik dat bewaard. Met de gedachte: daar moet ik beslist een keer gaan kijken. Een daarvan gaat over Lamu. Zeer verbaasd dat ik dat bewaard had, maar ik zag al snel waarom. Ezels bewonen deze stad en ik als dierenliefhebster……….

Afijn, Lamu is een Swahili-stadje aan de Indische Oceaan, aan de Keniaanse kust. De Swahili-eilandengroep Lamu aan de noordkust van Kenia is zo uniek dat het op de Unesco Werelderfgoedlijst staat. Je komt hier drie keer Lamu tegen: de archipel, het eiland en de stad. Een smalle zeearm scheidt de archipel van het vasteland. De eilanden Lamu, Manda, Manda Toto, Kisingati, Pate, Kiwayu en Ndau vormen de eilandengroep. De omringende Indische Oceaan herbergt rond de kust een grote hoeveelheid koraalriffen.
Een oord om lekker te onthaasten. Er zijn bijna geen auto’s te vinden (de steegjes zijn gewoon te smal voor auto’s), wel sjokken er hier 3000 kerngezonde ezels door de steegjes.  Op Lamu Island, het grootste van de verzameling koraaleilanden, zijn geen wegen. Alleen voetpaden en steegjes. Daar drink je kokosmelk in plaats van koffie uit de automaat. Je staat niet in de file, maar zeilt rond in een dhow-boot.

Er zijn slechts vier gemotoriseerde voertuigen op het eiland; de auto van de burgemeester (een krakkemikkige landrover) , de auto van de brandweer, een ambulance in de vorm van een driewieler en een wagen voor zieke dieren. Omdat de bewoners van Lamu erg afhankelijk zijn van de ezels is er zelfs een ezelhospitaal. De dieren worden snel ziek of kreupel omdat ze nogal overbelast worden met zwaar bouwmateriaal en levensmiddelen.

De kleur van de Dhow-ezel loopt van bijna wit, via licht-, tot donkergrijs. Maar er zijn ook donkerbruine en zwarte exemplaren en een enkele bonte. Op de achterpoten hebben ze in meerdere of mindere mate een zebra-strepen aftekening. De snuit is steeds wit, en het rugkruis ontbreekt nooit.
Na het werk met koraalblokken, cement of zakken zand worden de dieren niet op stal gezet, maar gewoon los gelaten, wat ernstige consequenties heeft voor tuineigenaren, de plantsoenendienst en de boeren in het achterland die kokos of mangobomen willen planten. Ook blijkt dat de dieren vaak lijden aan wormziekten, langzaam helende wonden, tetanus en ander ongerief. De gemiddelde leeftijd van de werkezels op Lamu is dan ook niet hoog, zo’n tien jaar, tegenover 35 bij ons.
Een Engelse vrouw richtte jaren geleden de ‘vereniging voor de bescherming van ezels’ op, en die geeft alle drieduizend dieren ieder jaar twee keer een gratis ‘ontwormingskuur’. Verweesde ezels worden bovendien drie jaar lang opgenomen in het tehuis.

Transport over water is voor Lamu nog belangrijker dan sjokken op ezel. Er is waarschijnlijk geen enkele plaats langs de Afrikaanse kust waar je nog zoveel dhows, traditionele zeilboten, ziet als in Lamu. Het ontwerp van deze schepen is afkomstig van de Arabieren, waar de bewoners van deze kusten vanaf stammen.
De booteigenaren hebben ontdekt dat het makkelijker is aan het toerisme geld te verdienen dan aan visserij of vrachtvaart. Het gevolg is dat je iedere dag minstens twintig keer wordt gevraagd of je een dhowtrip wil maken.

 

 

 
Een halve dag later zit je op een traditionele dhow, en wordt het zeil gehesen om je buitengaats te brengen. Er wordt echt gezeild. Wanneer je vraagt om een tocht waarbij je ook wilt vissen, zit je een uur later kilometers buitengaats. Hier voel je hoe de lange deining van de Indische Oceaan de houten zeilboot optilt en weer weg laat glijden in een golfdal. Als de bemanning weer besluit terug te keren draait de oude dhow om, en zet je weer koers naar het stadje. En dan realiseer je je ineens dat de eerste bewoners van Lamu op exact dezelfde manier naar het land koersten als jij nu doet zeilend in een dhow in de richting van een groene mangrovekust.

P.S.:

In Limuru, een dorp in Kenia, is beroering ontstaan omdat ezels voortaan een luier om moeten. De gemeente heeft deze maatregel genomen omdat ze de stank van de ezelpoep zat is. De luiers hadden deze week al om de ezelbipsen moeten zitten, maar na fel protest van de bewoners is dat even uitgesteld.
De inwoners zijn woest op de gemeente, omdat zij afhankelijk zijn van hun ezels. Ze hebben namelijk geen auto’s in hun bezit. “Het begint nu met ezels, moeten straks mijn koeien ook een luier om?”, foetert één van hen. Ze pleiten dan ook dat de gemeente maar wat poepscheppers aan het werk zet in de straten. “Daar betalen we belasting voor.”
Daarnaast is het plan ook praktisch onuitvoerbaar. Een bewoner legt uit dat een ezel bij het ombinden van de luier flink om zich heen trapt. “Daar heb ik al eens een keer een been mee gebroken”.
De burgemeester van Limuru is echter vastberaden het luierplan door te voeren, temeer daar het in andere dorpen al wel gebeurt. “We zullen de bewoners meenemen en laten zien hoe je een ezel een luier omdoet.”

Kroatie here we come (2/14)

Zaterdag 21 mei 2011, 447 km

Vannacht redelijk geslapen en het zonnetje schijnt als we om 8 uur opstaan. Eerst maar pakken waarbij ik wat sjorhulp krijg. Die spierballen van mij zijn net sponzen.
Goed ontbijtje buiten op het terras en om kwart voor 10 rijden we weg. Met zon!
250 km asvalt vreten en dan zijnwe bij Lyon. Door een tunnel, langs het water, veel sleurhutten op de weg. En van die fijne lange bochten!
Het is zo’n graadje of 28, niks voor ijsberen.
We passeren  een groep HDC-ers die proberen de wolken voor te blijven.
Uiteindelijk om een uur of 2 belanden we op een terras bij een pizzeria die naast een supermarche zit. Ben heeft natuurlijk meteen aanspraak. Hij blijkt een ex-hells-angel te zijn. Door de taalbarriere worden we echter niet veel meer wijzer.
De lunch is op zijn Italiaans en goed. Lekker in de schaduw.

Een beetje loom stappen we een tijdje later op de motoren. Onderweg verwonder ik me over de “rare” dingen in het landschap: kurken, huifkar op rotondes, aardewerken kruiken. Eindelijk een paar haarspeldbochten gevolgd door 2 collen.
Helaas toch een kleine regenbui, maar die druppels drogen zo weer op.
Bij Sisteron vinden we om half 7 een camping in the middle of nowhere.
Eerst een biertje natuurlijk, dan pas tenten opzetten.
Er is geen eten verkrijgbaar maar er zit een goed restaurant even verderop.
Het duurt even maar na heel wat heen en weer gewandel vinden we het.
Gelijk maar een lange tafel regelen en Rudy wordt dikke maatjes met de huiskat.
Ook hier is het eten weer goed. Ben gaat zelfs aan een sigaar.
In het donker lopen we terug en met Dries heb ik een heel interessant gesprek.
Details ga ik hier maar niet herhalen.
Nog een whisky’tje bij de tent voor het slapen gaan.
Ik heb weer helemaal een vakantiegevoel…………….

Kroatie, here we come! (1/14)

Vrijdag 20 mei 2011, 780 km

Vanmorgen was het al vroeg verzamelen in Bavel. Kwart voor 7, dus vroeg mijn bed uit!
Annet en Ronald hadden een broodje en kopje thee voor ons. Dat ging er wel in.
Nog even met alle honden gestoeid en gekroeld. Daarna op de motoren naar Best waar we Ben en Inge ophaalden. Ben ging met de tomtom voorop en binnendoor naar Heusden-Zolder. Dat ging niet helemaal lekker zodat we een apart rondje bij vliegveld Acht maakten. Om half 10 zijn we bij Dries die ons opwacht met croissants en koffie.

Om de eerste afstand te overbruggen, blazen we de eerste dag over de snelweg. het weer is afwisselend. Buierig, droog en zelfs zon. De geijkte en snelste route via Luxemburg, Metz, Nancy en Dyon. Uiteindelijk vinden we tegen de avond een hotel in Chalons sur Saonne. Met daarnaast een Campanile. Goed voor ons diner!
De motoren kunnen allemaal naast elkaar geparkeerd worden dat was ook wel handig voor de kettingen  en sloten, zodat iedere motor meervoudig vastgelegd was.
Een aantal kinderen komt nieuwsgierig kijken met hun ouders in hun kielzog.
Al snel is Rudy bezig die kinderen op de motor te zetten voor een mooie foto voor de ouders. Kamers regelen en uitpakken daarna weer snel naar buiten voor onze aankomst-borrel. We zijn weer goed terecht gekomen!

Even later mogen we binnen aanschuiven voor een lekker diner vergezeld door een paar flessen wijn. Ben heeft moeite om een espresso te bestellen. Uiteindelijk krijgt hij het met handgebaren en de woorden “petit cafe” voor mekaar.
Natuurlijk nog even naborrelen om de vakantie en onze reis goed in te wijden.
Van Rudy leer ik dat K.U.T. een afkorting is van Kwalitatief Uitermate Teleurstellend.
Het gaat er een beetje luidruchtig aan toe, want we worden vermaand om wat rustiger te zijn. Dan gaan we maar slapen………

Harley und Wein in Ürzig, zo 7 aug

Het heeft de hele nacht doorgeregend, maar op deze vroege ochtend is het droog. Het is echter niet rustig wakker worden. Een of andere idioot start om half 7 zijn motor en laat die op hoge toeren doorlopen. Het blijkt Bart te zijn als wraak op de herrie van vannacht. Het werkt: de Luxemburgers komen met een chagrijnige kop hun tenten uit.
We breken op en bepakken de motoren. Mijn tentje kan ik achter laten, scheelt weer in ruimte. Jammer dat we weer naar huis moeten, ik zat weer helemaal in het vakantiegevoel ondanks de regen van gister.
Aan de overkant van de straat in het zonnetje kan ik op mijn gemak de mensen bekijken die druk in de weer zijn met de tenten en bagage. Mijn hulp is niet nodig.
Het ontbijtje is weer goed, we kunnen er tegen aan. Kitty en ik rijden met de cabrio achter de groep aan. Net zo gezellig. We gaan binnendoor. Na enkele stoplichten zijn we de groep al kwijt. Rob D heeft ons echter opgewacht. Nu is hij zelf ook de groep kwijt. Maar ik weet dat er een paar zijn die hun telefoon op de gps hebben aangesloten. Uiteindelijk krijg ik Bob te pakken. Ze staan 10 km verderop. We leveren Rob netjes af, lenen de Zumo van Ankie waar de route ook in gezet is. Nu kan het niet meer fout gaan.

By Kyll is de koffiestop. Een rondje van Bart en Yvonne. Het is nog steeds lekker weer!
Verder binnendoor in de Ardennen. Les Hautes de Fagnes. Om half 2 de lunch in Bodrange waar ze de champignons voor de omeletten nog moeten plukken. Zo lang duurt het!
We zijn trouwens een hotel gepasseerd dat Mooshaus heet.
Aan tafel wordt gesproken over koe, melk, kaas en slachten. Maar in welke context?

Verder binnendoor naar de E42. Kitty haalt de groep in waardoor ik achterstevoren vanuit de auto mooie rij-foto’s kan maken.
Bij Eupen neemt de Garmin een short-cut. Een weg vol met kuilen die het tempo er meteen uit haalt. Er was wel veel groen!
De zon komt er weer meer door en het wordt zelfs warmer.
In Baarle – Nassau nog een afzakkertje en dan is de korte vakantie echt over.
Jammer, maar volgend jaar zeker weer en op Snake!

Harley und Wein in Ürzig, za 6 aug

Wat een hoop gescharrel op de vroeg morgen! Rob Z was blijkbaar al om half 7 wakker en zit nu kant en klaar op zn motor om te vertrekken. Verplichtingen van zijn werk roepen hem. Een paar van ons proberen de douches uit. De rest doet er niet eens moeite voor.
Lekker primitief je tanden poetsen naast de tent, flesje water erbij en een deodorant doet wonderen voor de “brakke” lichaamsgeur.
Om half 9 zitten we al aan het ontbijt, maar men heeft zo vroeg nog niet op ons gerekend. Het buffet is klaar, maar de eitjes moeten nog gekookt worden. Bart vertelt onder het verorberen van een yoghutje dat hij anders nooit zuivel eet. Zit misschien in de lucht hier?
Kitty bleek vanancht ruzie met een zaklamp te hebben gehad. Yvonne zag het niet meer zitten om met deze psotzegel (tent) op vakantie te gaan in Griekenland.
En er was vannacht veel gesnurk, maar de bomen stonden er allemaal nog vanmorgen.

Het is lekker warm inmiddels. We laten de Ride Out voor wat het is en gaan zelf een ritje maken. Bob weet een leuke route naar een mooie ruine, die we prompt voorbij rijden doordat we een afslagje missen. Ach, deze weg is ook heel leuk. Mooie bochten, mooi uitzicht. Achterop bij Marcel is heel relaxt. En als ik de mannen zo door de bochten zie scheuren, floorboards aan de grond geniet ik er helemaal van.
Net voorbij Bernkastel belanden we op een mooi terras boven de Moesel en dan blijkt dat we de helft kwijt zijn. Na wat heen en weer gebel blijkt bij de tunnel wat mis te zijn gegaan. Maar de rest komt er aan. Na de koffie blijven we meteen maar lunchen.
Daar zetten we net onze tanden in als er een flinke bui boven ons los barst. Met zn allen kruipen we onder de grote parasol die redelijk waterdicht is.
Mike vertelt dat hij de geluiden van de helikopsters kent. Maar volgens Syl blijkthet ook wel eens gewoon de wasmachine te zijn. Syl zag net een boot tussen de bomen liggen. Z|ijn wij daar ook langs gekomen? En ze moet ook even kwijt dat ze het lekker vind om een weekend te viezeriken. Daar is ze niet de enige in…..
We hebben tot nu toe 40 km gereden in slechts 2,5 uur. Wat doen we?
Het wordt al lichter, dus we nemen de gok en rijden nog eenstukje door. Regenpakken aan. Ik mag Rob D zijn broek lenen. Een paar km verderop stoppen we. Bob zegt dat we zo de regen in rijden. Dan maar omrijden en terug. Te laat, we komen midden in een hoosbui.
Het wordt even minder, maar 4 km voor Uerzig kunnen ze niks meer opde weg zien. Het is gewoon een muur van water! Syl zet haar paraplu op, anders wordt ze veel te schoon.

Als we Uerzig inrijden is de brandweer driuk bezig om al het overtollig water van de tent te verwijderen. Het is even droog. Maar er komt weer een bui aan en we kunnen net op tijd onze tenten induiken. Het is nog redelijk vroeg, maar het blijft druppen. Tegen 4 komt iedereen weer te voor schijn met droge kleren. Het is borreltijd en de flessen gaan open.

Nog even kraampjes kijken. Bij een kraam staat een bord met de leuke tekst: “als je wilt onderhandelen, geef me dan eerst 20 seconden de tijd om de prijs te verhogen”.  We maken een verkoper bijna gek door 3 dezelfde (vriendinnen)ringen te willen en nog met kwantumkorting ook. Dineren doen we weer bij dezelfde eettent. We krijgen nu een grote tafel binnen. Mike komt na enkele wijntjes helemaal los. Hij vertelt over “inburgers” wat “inbrekers” blijken te zijn. Over “inburgeren van de piloot” wat “inburgeren door de politiek” blijkt te zijn. Hij kan in ieder geval veel talen tegelijk kwijt in 1 zin. Doe hem dat maar eens na. We zingen nog wat en discussieren over de niet-Harleydag Breda.
Later bij de feesttent komen we de andere Uerzig-gangers tegen. Zij waren vandaag ook verregend, maar zitten in een pension. Zelfs 2 campers uit Breda waren voor 1 nacht gearriveerd. De wijn vloeit weer rijkelijk en de band is redelijk.
Als de wijnkoninginnen op het podium moetne komen staat er opeens een 4de bij. Martina had gehoord dat ze daar wijn kon  krijgen!
We dansen nog wat en kletsen nog na. Tegen half 2 zoeken we onze tenten maar weer op.
Niet veel later is er weer een hoop kabaal van de Luxembirgers en co. Zelfs vuurwerk!
Daar gaat je nachtrust…………………

 

The chicks are back (9/9)

Zaterdag 25 juni, Canterbury – Terheijden (294 km)

Bij gratie Gods mogen we na het ontbijt onze motor spullen zo lang in de kelder leggen, zodat we nog een uur de stad in kunnen. Vannacht heeft het nog flink doorgeregend, maar de druppels blijven nu daarboven hangen. De binnenstad en winkelstraat is inderdaad indrukwekkend. Evenals de kathedraal die zo waanzinnig polupair is dat er een flinke rij staat. 2 bobbies lopen tot mijn verbazing een winkel met woon-accessoires in en gaan daar gewoon winkelen. Onder werktijd!
Om half 12 rijden we onze motoren richting Dover. Maar de route blijkt binnendoor te gaan. Op zich wel leuk natuurlijk, maar als de weg dan onder water staat….Marian kiest wijselijk voor de snelweg. Vlak bij Dover is ze even de weg kwijt en neem ik het over. Slechts 5 minuten want dan word ik van mijn motor afgereden door een auto. Damn it, lig ik alweer op de grond! En Snake ook! Wij gingen rechtdoor die engelse muts ging met haar auto links afzonder richting aan te geven. Schade: flinke deuk in mijn ego, en alles wat rechts zit op Sanke is beschadigd, stuur scheef. De auto heeft 2 kapotte ramen, kras over achterkant en een oversture muts, want ik had bijna met mijn stuur in haar oma gezeten. Die oma leek net een perkamanente pop. Ze bewoog al die tijd niet. Ondertussen wordt mijn vinger helemaal dik. Niet mijn middelvinger helaas. Afijn, na half uurtje alle gegevens uigewisseld, stuur recht getrokken en als de wiedeweerga naar de boot. Om precies half 2 zijn we aan boord. Martina regelt een flinke zak ijs voor mijn vinger. Marian zit bij te komen vande schrik. Natuurlijk moet ik dit even wereldkundig maken aan de thuis blijvers per sms. Een leuke reactie:

“Als je het asfalt echt zo graag van dichtbij wil bekijken dan lijst ik wel een stukje in voor je. Kan je het aan de muur hangen en naar kijken en vervolgens gewoon op je brommer blijven zitten”.

4 uur later zijn we weer aan land. Eerst even wat sleutelen aan Snake zodat ik de snelweg op kan. Het zonnetje is ons goedgezind en we houden het verder ook droog. Vanaf Antwerpen rijden we achter de regen aan. Rond 9 uur arriveren we bij onze stamkroeg in Breda voor wat eten en een laatste borrel. Peter, de eigenaar, is helemaal blij om ons weer te zien. Een uur later vinden we het welletjes en gaan op huis aan en zijn toe aan een warme douche!
Met zo’n 2000 km was het weer een enerverende, maar leuke vakantie.

Doen we volgend jaar weer, maar dan met iets meer zon hopelijk!

The chicks are back (8/9)

Vrijdag 24 juni, Stockbridge – Canterbury (256 km)

Het ontbijt wordt verzorgd door een keurig dametje. Ik moet er constant aan denken om mijn hoofd niet te stoten. De mensen waren vroeger echt klein! Daarna halen we de motoren op en bepakken die aan de straat. Dit keer weinig bekijks. Om half10 rijden we richting Winchester over de A272. Jawel, de weg die we zondag ook gereden hebben maar dan de andere kant op. Onderweg leuke borden met teksten zoals: “hidden dips”. Dit blijkt dan gewoon een dal in de weg te zijn. En “Unmarked police patrols”. Laser? Radar?Natuurlijk nog even langs de Motorstop Loomis bij de kruising met de A32. Er staan slechts 4 motoren en een Fatbob. Maar de zon schijnt, dus mooi voor een creatieve fotoshoot ter plekke. Aan de kassa staat ook een createif bord met de tekst: “We have no change, please dig deep!”.

In Cowfold ontmoeten we Paul weer in een pub voor een lekkere lunch. Paul weet zeker dat er nog een dealer in de buurt zit en gaat op onderzoek uit. Hij belt ze , spreekt ene Lester en zegt dat er 3 dutch ladies onderweg zijn en ze goed ontvangen moesten worden. Via een leuke weg langs de rand van de Beacons rijdt Paul ons een stuk voor. We nemen afscheid en vinden al snel de dealer in Shaw. Mooi gebouw, groot, met flinke loods en werkplaats er achter.

Niet Lester, maar een enthousiaste Steve geeft ons een kijkje in de Harleykeuken. Hun specialiteit is het customisen van motoren. Ze hebben inderdaad een aantal mooie exemplaren staan. Pas weer een prijs gewonnen in de States. Ze krijgen veel opdrachten zowel vanuit binnen Europa en daarbuiten. Daarna vergapen we ons weer aan de t-shirts en tassen. In het pand is ook nog een lounchroom met TV, koffiebar en een muur vol met ingelijste Harley modellen. Net je woonkomer thuis.
Maar helaas, we moeten weer verder. Ik vvroeg me al af waarom de plaatselijke Harleyclub zo’n aparte naam heeft “1066 country”, maar even later weet ik het door een bord langs de weg met dezelfde naam. In de herfst van 1066 zette Willem de Veroveraar hier voet aan wal en wist de engelsen op eigen bodem te verslaan. Een zwarte bladzijde in de engelse geschiedenis.

De weg wordt steeds meer recht toe recht aan. Om half 7 arriveren we bij een authentieke guesthouse midden in de stad. De kamer is een soort van appartement. Buiten een mooi terras met bomen waarin veel duiven nestelen gezien de borden met de tekst: “Beaware Pigeon Poo”. Even settelen en dan diner. Ajakkes om het nog even af te leren, regent het weer voor de verandering. In de pub worden we aangesproken door 2 Nederlanders die met een cabrio rondtoeren. Veel wijzer worden we er niet van. Ze weten wel te vertellen dat de winkelstraat een paar meter hier vandaan is en veel te bieden heeft. Nou ja, mannen en winkelen……………

 

The chicks are back (6/9)

Woensdag 22 juni 2011, St. Ives – Shirwell (219 km)

Het stortregent als we wakker worden. Dat belooft niet veel goeds vandaag. We besluiten om eerst maar even een ontbijtje te vinden in het dorp. Er is bijna niks open zo vroeg op de ochtend, maar we vinden een cafetaria. De Yellow Canary Cafe. De eigenaar weet hoe hij een goed ontbijtje moet maken. Je betaalt er wel wat meer voor, maar ja. Er is overigens geen gele kanarie te zien hier. Waar zou die naam vandaan komen? Ondanks mijn nieuwsgierigheid vergeet ik dat te vragen. Het is inmiddels gestopt met regenen en we krijgen weer een beetje hoop.  Inpakken, oppakken, regenkleding aan en we kunnen “en route”.
In Padstow rijden we zo de regen in en gaan dan ook meteen door. We houden het verder droog tot Wadebridge. In de plaatselijke pub hebben we onverwachts een byzondere ontmoeting. Naast de barkeepster is er alleen nog een oudere man aanwezig, verder niemand. Hij (Maynard) blijkt een vertelgrage man te zijn, die het meteen op mij gemunt heeft met zijn grapjes. Maar ik kan hem wel aan. Hij vindt dat we wat geschiedkundig onderricht moeten krijgen en vertelt over King Arthur en Slaughter Bridge wat we in Tintagel moeten gaan bekijken. Hij blijkt in Den Helder bij de marine gezeten te hebben, zegt dat ie in de Dutch Swing College Band op de banjo heeft gespeeld in 1952 (wat ik niet heb kunnen achterhalen op internet). Vertelt ook nog dat in 1992 Northfolk is drooggelegd d.m.v. een Nederlandse dijk.  Vervolgens zegt ie ook nog dat hij mijn vader had kunnen zijn. Natuurlijk moet ik nog even op de foto met mijn “vader”. 

Marian merkt wijs op dat de tekst op het bord bij de ingang heel juist is: “a friendly conversation”.
Over de A39 naar Tintagel, waar we het stel van gisteren voorbij rijden. Tintagel is het beroemdste dorp in Cornwall vanwege King Arthur. We doen niet echt de moeite om die Arthur te vinden en rijden lekker door. Hier en daar zijn wat buitjes gevallen, maar wij hebben blijkbaar de mazzel dat we achter de regen aanrijden.  De wegen zijn smal en omgeven door hoge heggen, echt engels! Het pittoreske plaatsje Boscastle nodigt ons uit voor een lunchstop. Op 16 augustus 2004 heeft het plaatsje helemaal blank gestaan. Er is zelfs een boekje over geschreven. Het is toeristisch en we maken zoals vele anderen een wandeling langs de boosdoener van de overstroming. Een nu rustig kabbelend stroompje met wat oude bruggetjes en mooie oude stenen huizen. Als ik een foto maak van een meeuw spreek een oudere dame mij aan. “How do you see anything through that camera, I only see myself”, vraagt ze. Ik laat haar de lens zien. “Oh” zegt ze, “I am dot doing so well lately”. En verstrooid loopt ze verder. We lunchen buiten op een terras met gebak en iets heel zoets wat ze hier “Stone…….” noemen. Het is een mengsel van marshmellows, chocola, spekjes etc.. In Bude rijden we even door naar de haven waar ong 1500 vergane schepen zouden moeten liggen, maar we zien alleen water. De weg gaat rakelings langs de kust en heeft soms hellingspercentages van 20%. Ik ben blij dat het droog is, want je moet er echt je volle aandacht bij houden, niet alleen vanwege die 20%, maar daarnaast zijn de weggetjes ook smal, modderig, glad, etc etc. Wel gaaf om te rijden! The Atlantic Road is een polulaire naam voor de A39 die inderdaad langs de Atlantische kust omhoog voert. Vlotte doorgaande weg, met mooie zijwegen. Vanwege de donkere wolken slaan we een bezoekje aan Clovelly over. Een brug voert ons over de rivier de Torridge waar het nu eb is. Bij het plaatsje Instow  ben ik helemaal onder de indruk van het uitzicht wat je daar hebt bij eb. Helaas, geen fotostop. Kriskras door Barnstaple en net daarbuiten vinden we een mooie B&B. Ze hebben alleen nog 2 doublerooms voor de volle prijs, maar uiteindelijk krijgen we korting. De B&B blijkt net 4 weken open te zijn en zo te merken zwaait de vrouw des huizes hier de scepter. Het huis is van 1750 en heet de “Spinney”. Die naam komt van een groep bomen die verderop staan en bij het huis horen. We kunnen mee-eten maar krijgen een aparte tafel in een aparte kamer. Gekookte ham, puree, groenten en uiensaus is het diner en streelt onze smaakpapillen. We zijn hier goed terecht gekomen. In de serre kaarten (letterlijk en figuurlijk) we nog wat na onder een druivenrank die hier binnen groeit. De man vertelt nog dat in Hastings een jaarlijkse motortreffen is, ook voor trikes. Hij vertelt het met een beetje heimwee in zijn stem. Een ex-biker dus. We maken de fles leeg en kruipen onze bedden in. Ben benieuwd wat de dag van morgen ons brengt…..

The chicks are back (5/9)

Dinsdag 21 juni 2011, Plymouth – St. Ives (219 km)

Deze ochtend hebben we naast scrambled eggs ook grape-fruit bij het ontbijt. Het weer is nog steeds hetzelfde: nat. Regenpakken aan en oppakken in de regen. Het wordt bijna een gewoonte. Marian is zeer verbaasd als we midden in de stad een pontje over moeten. Maar dat had ik al op de kaart gezien. De kortste weg naar de route, anders moeten we helemaal om de stad heen. Kosten zijn slechts GBP 0,30 pp.

Aan de overkant, vanaf Torpoint krijgen we een leuke binnendoor route. Soms langs de kust, dan weer  door de weilanden. Borden met waarschuwing voor koeien die oversteken. We doorkruisen leuke dorpen. In Ooney is het zonnig en droog. Vrolijk word je daarvan!
In Fowley gaat de weg stijl omlaag naar de veerboot. We hopen dat we er nog op passen anders moeten we parkeren op die helling. Maar we worden er nog bij gepropt. Dit keer zijn de kosten GBP 1,60 pp.

Regenpakken kunnen uit en we genieten van de zon.
Marian is zo vriendelijk om te stoppen bij een weiland met nieuwsgierige paarden. He, eindelijk een foto van een paard in Engeland! Natuurlijk even aaien en kroelen met die beesten. Naast motorrijden, rijden we ook nog op paarden. Vandaar.
Vervolgens nog een kleine pont bij King Henry en die is tevens het duurste GBP 2,00 pp.

In een dorpje vlak voor Falmouth stoppen we bij een pub waar we een lekkere tapasschaal bestellen. En brood met verse knoflooksaus, heerlijk! Een man die aan de bar zat komt naar ons buiten en spreekt Marian aan. Of we Ollanders zijn? Vervolgens zegt ie: I have won. Blijkt dat ze binnen aan de bar een weddenschap hadden gesloten over ons.
Marian haar doel is om vandaag een sticker Land’s End te bemachtigen. Het is rond half 3 en ze krijgt het een beetje benauwd.  Gaan we het nog halen binnendoor? Vooruit, motoren op de snelweg en zo naar Land’s End. Aldaar rijdt ze eerst nog even terug om St Michaelsmount op de foto te kunnen zetten. Eindelijk, Land’s End. Ons reisdoel gehaald. Het is 5 uur en de shops gaan al dicht. Gauw duiken we nog een souvenierswinkel in. Daar ontmoeten we een Nederlands stel, samen op een Triumph Tiger (of zoiets). Ze moesten nog iets afmaken waar ze 36 jaar geleden mee gestopt zijn vanwege het slechte weer. Hun huwelijksreis op de motor. Ze doen ong hetzelfde rondje als wij. Na wat heen en weer gerij en gezoek kunnen we eindelijk tanken. Om 7 uur rijden we het mooie St Ives binnen. Vanwege het late tijdstip zitten de meeste B&B’s al vol, maar we vinden nog een kamer. Weliswaar zonder ontbijt maar met bad. Even opfrissen en dan lopen we het dorp in. Lekker eten vinden we in de “Sloop”. Ook op aanraden van de B&B eigenaar. Fish-pie en fish&chips is ons diner en het smaakt weer goed. Dit keer met toetje: bananasplit!

The chicks are back (4/9)

Maandag 20 juni 2011, Fleet – Plymouth (185 km)

Het was vanancht pikkedonker op de kamer. En vanmorgen is het nog grijs en grauw en nat! Nee he, voor de verandering weer regen! Het ontbijt is dit keer in de keuken samen met een stel Duiters, die niet door hebben dat wij Nederlanders zijn. Dus praten we onderling engels. En die heeft al zo’n moeite met die taal. Ik besluit om hem uit zijn lijden te verlossen en zeg dat we ook Duits kunnen praten. Grote opluchting bij die man. Ze reizen door Engeland en Schotland. Met de nav.sap, maar hij is vergeten de kaart van Engeland er op te zetten. Ach ja, kan gebeuren.
Regen-outfit aan en rijden maar. Door Abbotsbury waar een heuse Swannery is. Knobbelzwanen komen hier in broedtijd nestelen. Ze worden aangetrokken door de rietkragen langs de Fleet, een brakke lagune die door de Chesil Bank (1 van de 3 grote grindstranden in de UK) tegen de zee wordt beschermd.
Grijzen wolken worden afgewisseld door een beetje zon. De route is mooi en gaat via Lyme Regis. Een historisch ongerepte badplaats en vissershaven aan de wereldberoemde Cobb haven. Omgeven door prachtige kusten en het platteland, is het gebied dat nu is bekroond tot World Heritage Site Status, bekend om zijn geologische en fossiele vondsten.
Indrukwekkende uitzichten, scharrelvarkens die nu genoeg modder hebben om in te wroeten. Gehalveerde tonnen langs de weg. Ik kan niet thuis brengen wat daar de betekenis van is. Koffiestop bij een pub. Het is al een tijdje droog en we gaan dan ook buiten in de tuin zitten. Vervolgens wordt er spontaan een fiks vuurtje gestookt verderop achter een muurtje en zitten wij in een soort van as-regen. Er gaat een deur in de muur open. Een man in blote bast (6pack) en met getatoe-eerde armen komt naar buiten. Ziet ons zitten en zegt vrolijk “finished”. OK. Marian trekt haar regenbroek uit en dat had ze niet moeten doen………

Voorbij Exeter begint Dartmoor National Park. Met natuurlijk de Dartmoor pony’s. De route schakelt over naar heuse B-wegen. Het miezert ondertussen al een tijdje waardoor we moeten laveren tussen modder, zand, gras, rotzooi, grind en wat dies meer zij. Na een uurtje glibberen komen we in Morestonhampstead, in de regen. We rijden door tot Widecomb, want daar zou een waterval zijn die White Lady heet, volgens de routemaker dan. Het zicht wordt steeds minder. Marian dr garmin is het er niet mee eens en ik neem het roer over.
Daar komen we rond 1 uur aan. Het plenst er nu echt uit. Gauw naar binnen en genieten van een lekkere lunch. Verdorie, heb ik weer geen paard gezien! Bij navraag blijkt de waterval helemaal aan de andere kant van het park te liggen. Dat wordt dus niks meer.
De rest van de route ook niet, die helemaal langs de kust gaat. 2 uur later regent het nog even hard, dus volle regen-outfit aan en rechtstreeks naar Plymouth. Terug naar Two-Bridges met langs de weg jawel: paarden met veulens, koeien die onder een boom schuilen. Zwarte en bruine koeien die op een rijtje langs de weg liggen en waarschijnlijk bij zichzelf denken wie die idioten zijn die met dit weer door het park rijden. Foto’s kunnen we helaas niet nemen. Het stikt hier trouwens ook van de schapen. Met goed weer natuurlijk erg mooi! We balen als stekker, jammer maar helaas.
Om 4 uur komen we doorweekt aan bij de HDdealer in Plymouth.

De mensen daar kijken niet eens verbaasd op. Eerst maar koffie en die natte zooi uit. Natuurlijk ook ff kleding shoppen. Eigenlijk heb ik het helemaal gehad met die zeikregen en ook geen zin om nog een B&B te zoeken. Een van de jongens weet er wel 1. Slechts 7 km hier vandaan. Dat doen we maar.
Weet je trouwens waar de naam Plymouth vandaan komt? Heel simpel: De stad ligt aan de monding (mouth) van de rivier Ply.
Om 6 uur arriveren we bij de B&B. De kamer is klein, maar het past. Ze hebben doorgaans alleen werklui blijkt. Motoren moeten weer buiten staan en afgepakt worden in de regen.
De kamer is in mum van tijd helemaal omgetoverd tot een soort van drooghok. Echt alles hangt nu te drogen! Te voet en met een gammele plu lopen we naar de haven. Eerst even langs de drogist voor anti-grippine voor mijn opkomende verkoudheid en voor een fles rum. We vinden een moderne pub bij de haven en wagen ons aan de “surf & turf”. Best veel maar smaakt goed. Er zitten ook 2 Nl zakenlui die een beetje popi-jopi doen naar ons. Verder niet echt interessant. Naast ons zit een stel jongelui die aan diverse borreltjes zitten, waaronder 1 met 2 glazen in elkaar. Dat blijkt een Jaegerbom te zijn. Dat willen Martina en ik ook proberen. Men neme een whisky en doet daarin Red Bull, daarin een plastic borrelglaasje met jaegermeister. En dat moet je in 1x leeg drinken. Ik moet zeggen het geeft een vreemd gevoel, geen vleugels, maar is erg lekker!

Aan de kade gebeurt het eea. Twee mannen zijn bezig om langs de kade iets uit de haven te vissen. Het blijkt een papegaai te zijn die al redelijk onderkoeld. Of die zijn natte avontuur nog na kan vertellen? Toch fijn dat er nog zulke mensen zijn die de moeite nemen om zo’n beest te redden.
Later op de kamer nemen we nog ettelijke borrels. Ik om de bacillen te killen, de meiden voor de gezelligheid! En het regent nog steeds…………….