Het blok

Het Blok: Vuisten

Dit artikel komt uit de Promotor nr.6 juli 2012
en wilde ik jullie niet onthouden:

Vuisten zijn we, klappen van delen we uit
in die helse smederij van brandstof en vuur.
Strak in het gelid, vier stuks liefst,
vormt onze strenge rangorde de basis voor succes.
Geen trilling, geen onbalans, geen vuiltje aan de lucht.
Wij verdragen de klappen,
smeren ze uit tot een vloeiende explosie.
Voor ons geen ‘karakteristieke loop’,
geen getril en bokkigheid, lineair naar de top,
en daar janken we het uit als een volbloed racer.
Wij zijn niet groot, maar we zijn met meer.
Topsprinters op de korte baan
voor een extreem lange duur.
Een estafetteteam, klaar voor kilometers asfalt,
liefst aalglad, onafgebroken en oneindig.
Het verborgen hart van de beweging,
De machine die de ziel tot leven wekt.

Het Blok juli 2012

Het Blok juli 2012

Maar nu liggen we stil, ontdaan van ons huis,
naakt en zichtbaar voor iedereen.
Het felle licht maakt ons klein,
maar we zijn er nog steeds.
Niet van elkaar gescheiden,
De vierling is compleet en wacht.
Goed, misschien zijn we wat verkleurd.
Aangeslagen, zeker, door dat onafgebroken
vuur in de geheime negorij.
Maar wie maakt ons wat?
We zijn samen, klaar voor een nieuw begin.
Vaak geïmiteerd, maar wij zijn het origineel,
de blauwprint.
Verberg ons, vertrouw ons en wij geven je
topprestaties, alle kilometers die je maar wenst … 

Het Blok: De kop

Dit artikel komt uit de Promotor nr.8 oktober 2012
en wilde ik jullie niet onthouden:

Onder mij branden de kamers,
binnen mij razen de kleppen,
boven mij stampen de nokken.
Altijd de kop, de poortwachter.
Gegoten uit lichtmetaal, mijn proporties perfect afgestemd
om de tomeloze kracht van lucht, benzine, vuur en
voortgang te begrenzen.
Ik adem in, honderden liters tegelijk, en blaas uit,
beteugel de processen en zet alles in beweging.
Tegelijk ben ik onwrikbaar, onverwoestbaar en
schijnbaar onverschillig gevlakt en vastgeketend
aan het blok en zijn gierende zuigers.
klap na klap vang ik op, transformeer ik in
gecontroleerde anarchie.
Ik sta op kop, alleenheerser over dit helse klimaat en
omklem de kracht in mijn metalen greep.
Ik wijk niet, hoezeer ook getergd en bestraft,
trek mijn bouten stevig aan en houd machtig stand.

Het Blok oktober 2012

Het Blok oktober 2012

 

 

 

 

 

 

 

Maar wat is een kop zonder lichaam?
En wat zijn mijn kunstig gegoten vormen nog waard,
als er niets te beschermen is?
Koud lichtmetaal, rijp voor recycling.
Een heerser, maar niets om te beheersen.
Ineens wegen mijn kilo’s, drukt mijn afdruk op de vloer
als een trieste herinnering aan de tijd dat ik,
als enige, hermetisch sloot wat amper te beteugelen was.
Een brok macht was ik, nu slechts een bonk metaal.
Maar ik ben geduldig, wacht mijn kans af.
Ik ben mijn kracht nog lang niet kwijt.
Toe aan een tweede leven, klaar voor de mogelijkheid
mijn kracht te tonen.
Mij krijgen ze er niet onder!

Het Blok

Een fractie, een kleine beweging maar, en ik sla mijn platen vast.
Waar ik ben ontstaat frictie.
Onstuimig, of juist heel beheerst, verdeel ik gulzige pk’s vloeiend naar snelheid en kilometers.
Het gas open, de motor versnelt en ik smeer de aandrijving loepzuiver over het asfalt.
Ik laat me bedienen, twee, drie vingers, op koppel en slip door de nauwste bochten, of bruut, zonder schaamte, in 1 klap met rokende banden.
Ik laat me gracieus bedienen, mishandelen, wetende dat al die kracht zonder mijn inmenging het asfalt nooit bereiken zal.
Een dienende rol weliswaar, natuurlijk, maar belangrijk genoeg om alles in gang te zetten.
Ik knijp, de platen op elkaar, verbindt en verbreek, als de natuurlijke vriend van iedere linkerhand en beheers de beweging tot in de finesses.2013-10-08 22.58.51Maar frictie voel ik niet meer.
Ik probeer, maar verlies mijn grip zodra de gashendel in beweging komt.
Versleten, na jaren stevige grip rest mij niets dan een mistroostig schuiven, glijden , zonder overbrenging.
Tot die laatste keer.
Dan sla ik vast, mijn platen versmolten, ineen gestort en door geen hand meer te beroeren.
Geduldig nu, wacht ik tot mijn platen zijn vervangen en mijn stevige grip weer is hersteld.

Bron: Promotor 10, januari 2013

Het Blok: Messcherp

Onze tanden zijn geslepen, klaar voor ieder verzet.
Onze speling minimaal, bijna naadloos grijpen we in elkaar, transformeren we de botte motorkracht naar de juiste snelheid.
We draaien door, sneller, langzamer, laten ons bedienen door een minimaal tikje van de voet, altijd synchroom verzoenen we verschillende snelheden tot een naadloze acceleratie , of krankzinnige snelheid, we draaien uur na uur na uur.
De krachten fenomemaal, de snelheid enorm, gemasseerd in een bad olie wrijven we ons warm, heet, koelen af en staan weer klaar voor een volgende afranseling.
Rond en rond, schuiven, schuiven, smeren en pasklaar afleveren aan een laatste etappe van ketting, band, asfalt en afstand.

image

En nu dan, stilstand.
Nu staan we vrij wanneer we niet moeten, krakend van de wisselingen van de wacht, onze tanden, slecht gesmeerd, geerodeerd en versleten vertonen speling.
Beschamend missen we de juiste precisie, van zachtjes beroerd tot hard getrapt gaat onze aftakeling in rap tempo door tot ons niets rest dan eeuwige rust.
Op.
Klaar.
En glimmen hier onze getergde tanden, genieten we een laatste keer van verse olie  en tonen we ons laatste wapenfeit.
Een spel van draaien, zelfs in definitieve stilstand.

Bron:
1 op 1 overgenomen uit Promoter nr. 9 2012

Het Blok

Ooit zo rechtlijnig als de pest.
Tot groot genoengen van velen.
Ik incasseer klap na klap, miljoenen keren, maar weiger te buigen.
Een stijfkop?
Wellicht.
Maar als ik flexibel word, dondert het hele zooitje in elkaar.
Recht door zee is mijn motto, totale balans mijn streven.
Maar hard als staal als ik ben,
mijn beweging is vloeiender dan de dunste olie.
Ik word rustig beroerd en krijg ongenadig op mijn falie.
Hoe hard ook, ik weer af en smeed de hardste klappen tot een volmaakte rotatie.
Ik maak wat recht is rond, geniet van mijn eigen kunst
en drijf aan tot in lengte van dagen.

Het Blok

En nu?
Ik ben versleten.
Je ziet het niet.
Of nauwelijks.
Maar mijn lagerschalen zijn dun als de haardos van een bejaarde Agostini.
Mijn krukken, ooit feilloos, kreunen meer bij iedere klap.
Dertig jaar draaien.
Bedienen.
Mijn bezeten nauwkerigheid neigt langzaam naar willekeur.
Een stijfkop niettemin, nog steeds.
Maar slijtage is mijn overmijdelijk lot.
Met iedere klap schaaft mijn ziel dieper en dieper, tot de schalen barsten,
de krukken loslaten en de machine tot stilstand komt.
Mijn lot?
Stilstand.
Maar in gedachte roteer ik, draai door tot in de eeuwigheid.
Slijt ik, tot ik langzaam verdwijn.

BRON:
1 op 1 overgenomen uit Promotor maart 2012

Het Blok

Ik houd de boel bij elkaar.
Letterlijk.
Lang zijn mijn armen, taai mijn lichte metaal.
Ik scheid de strijdende partijen, ben onverzettelijk.
Boven mij gonst het, beuken de zuigers erop los.
Onder mij worden de klappen opgevangen, magisch in beweging gebracht.
En ik bewaar de rust.
Ik ben de portier, die de strijdende partijen samensmelt tot een zinvol geheel.
Ik breek niet, zet uit waar nodig, beweeg mee, in kleine beetjes,
en trek mijn lange spieren nog eens wat strakker aan.
In mijn toppen ratelt het, tintelen de nokken de kleppen op hun plaats,
eronder vole ik de hitte, de wrijving langs de cilinders.
Van binnen brand ik, natuurlijk.
Maar ik speel met de hitte, geef het door en neem het op.
Wat ik doe brengt geen vooruitgang.
Ik faciliteer.
Breng balans in een heksenketel en neem genoegen met een plaats aan de zijlijn.

Het Blok

Maar nu is het klaar.
Mijn spierkracht dient geen enkel doel meer.
Ik krimp niet, zet niet uit, maar ben eenvoudig koud.
Een verdiende ontspanning, natuurlijk, maar toch.
Soms droom ik van beweging, dan gloei ik voorzichtig weer op en
trek mijn machtige spieren nog 1 keer aan.
En ik weet dat het voorgoed voorbij is, de portier sluit af,
vertrekt en is klaar voor de smeltoven.

BRON:
1 op 1 overgenomen uit Promotor mei 2012

Het blok

Ooit kwam ik uit de mal.
Een kunstwerk van lichtmetaal.
Dampend nog, mijn fysiek strakgeboetseerd als precisie-instrument.
Sterk, onverzettelijk waar het moet, dunwandig waar het kan, een wonder van balans
tussen noodzaak en gewicht.
Bij mij  komt alles samen.
Ik vang de krachten op, ben het fundament, de basis, voor alles wat beweegt.
Krankzinnig zijn de krachten die ik te verduren krijg, de snelheden die ik in toom houd.
Gloeiend de olie op mijn huid. een schelp voor de ingewanden die het beest
aan de praat houden.
Razend versnellen de tandwielen, vertragen weer, boven mijn hoofd dansen de
krukken met duivels genot op het feest  van vuur en blinkend staal en ik draag,
verdraag het geweld als vanzelf, zet uit, krimp, koel en ben de basis van alles.

En nu.
Het feest is klaar, krakend en steunend tot een einde gekomen.
De vlammen gedoofd, alles staat stil.
Ik ben onverzettelijk, nog steeds, aan mij heeft het niet gelegen.
Maar waar gespeeld wordt met vuur is een eind onvermijdelijk.
Mijn huid is dof, geplaagd door de elementen.
Maar ik ben heel, nog steeds uit een stuk.
Verscholen onder de dikke, koude olie glim ik.
Net als vroeger, wacht ik geduldig op het Helse Feest.

Bron:
1 op 1 overgenomen uit Promotor maart 2012

Het blok: Adem in …….

Voor al degenen die de Promoter niet lezen, wil ik dit stukje niet onthouden:

Adem uit. En adem weer in. Liters verse lucht verplaatsen wij, altijd klaar voor het juiste mengsel. Want een vlam zonder lucht slaat dood, doet niets. Zuurstof is waar alles om draait. Wij zijn de poortwachters. Laten in, sluiten af, wachten op de klap, en voeren af wat klaar is, opgebrand, om plaats te maken voor hetzelfde ritueel. Geen team als de onze. Zestien stuks sterk, gegeseld door meedogenloze stalen zwepen, gedwongen door nokken, glad als de warme olie die ons omhult.

Het neusje van de zalm, precisie-instrumenten, klein van stuk, kwetsbaar soms, maar perfect op elkaar ingespeeld. Wij staan bloot aan enorme hitte, krijgen klap na klap van ijskoude lucht en laten niets ontsnappen. Doeners, scherprechters, klaar om het spel van energie te spelen tot onze stelen verworden tot stompjes.

Maar het team is uitgespeeld, uitgerangeeerd en hulpeloos klitten we bij elkaar.
Onze functie maakt ons tot wat we zijn, en zonder functie vallen we weg bij  de grootsheid van de rest. Wie maalt er nog om een hoopje staal, miezerig, plakkerig en zwartomrand? De smeltoven dus, waar we opgaan in iets moois, groots om wellicht ooit weer opnieuw te beginnen……..