Auteur: White Lady

Over White Lady

Daydreamer, survivor, studious, animallover, creative, curious, straight, sportive, blogger, 100%, just act, enjoying life, social, troubleshooter, and nice to deal with ;-)

Finish 14e editie RBR Venetië “Bella Italia”

In tegenstelling tot vorige edities, kon ik dit keer niet de hele reis mee.
Last minute bood Xavier mij aan om mee te rijden naar de finish in Duitsland.
Slim, hij moest er toch heen, en op deze manier ook nog eens met aangenaam gezelschap.
Zodoende ben ik deze vrijdagochtend onderweg naar Tilburg. Gelukkig is het nog droog, de weersvoorspelling is anders. Alhoewel je daar tegenwoordig sowieso niet meer op kunt bouwen. Iedere keer dat je op de app kijkt is de voorspelling weer anders. Bij het stoplicht sta ik naast een vrachtwagen. Door de luchtroosters aan de zijkant zie ik een heleboel roze stopcontacten en krulstaarten. Zo te zien hebben ze nog wel wat ruimte. Ze zijn rustig.
Heel even voel ik me schuldig, omdat ik weet waar ze heen gaan, en zij weten nog van niks. Het hen vertellen kan ik ook niet, maar maakt dat wat uit? Groen! Ik sla rechtsaf, de vrachtwagen gaat rechtdoor. In gedachten neem ik afscheid en hoop dat ze goed behandeld worden en niet lijden.

Mini parkeer ik in een veilige straat in Tilburg en even later pikt Xavier mij op. Voor een nacht kamperen heb ik nog best wel veel spullen nodig merk ik bij het overladen. Hij slaapt vannacht op een matras in z’n auto, dat is niet zo mijn ding. Tijdens de 4,5 uur durende rit, hebben we het best wel druk. Quiz verzinnen voor de finish. Sowieso bijkletsen. Goede muziek zoeken op de radio wat in Duitsland onbegonnen werk blijkt. Een “verdwaalde” auto van de runballrally.be rijdt ons tegemoet. De wagen is van een heel ander kaliber dan onze rammelbakken. Google weet mij te vertellen dat de hele reis/rally er een is van luxe, comfort, feesten. Kortom voor mensen die niet op een cent hoeven te kijken of goede sponsoren hebben geregeld. En toch heeft dat ook wel wat.

We scoren een koffie-to-go waarbij Xavier me leert dat het houten roerstaafje niet in je koffie moet blijven zwemmen.
Braaf haal ik na een paar seconden het staafje er uit en doe de deksel er op. Ready to go. De Duitser zijn best wel creatief met de kentekenplaten en regelmatig zien we leuke woorden voorbij komen. Waarschijnlijk is de bestuurder zich er niet eens van bewust. Zoals bijvoorbeeld: DO DO. Dan spot ik een Ford Mustang op de snelweg. Mijn favo auto! In een hele sjieke kleurstelling: zwart met zilver. Echt vette bak. Staat op mijn bucket-list in deze uitvoering. Alhoewel zwart-oranje ook wel wat heeft. Er zijn veel files en wegwerkzaamheden onderweg en dat voor een vrijdag.
En ja niet meer verwacht, maar we rijden nu toch echt een onweersbui in vergezeld van bliksem. Bij de daling van 4% krijgen we er ook nog een hoosbui bij. Verderop schijnt de zon weer tussen de wolken door. “Kermis in de hel” zou mijn moeder zeggen. Voor de oplettende gebruiker van de snelweg is het best interessant als je de vervoersmiddelen goed bekijkt. Zo is er een Duits transport bedrijf dat al haar rollende materiaal laat airbrushen met Griekse en Romeinse goden. Helaas is de naam me even ontschoten, maar het is gewoon leuk om die wagens in het straatbeeld te zien. De meeste interessante LKW van vandaag is er echter een met een Tribal Tato op de cabine en de tekst “Just in time” op de oplegger. Xavier merkt heel terecht op dat dis slogan verkeerd is. Vertaald betekent het: op het nippertje.
Wat men bedoelt is “Right on time”….

De laatste paar kms zijn binnendoor. Als we de Fachwerkhuizen in Ostheim voorbij rijden heb ik echt het gevoel in Duitsland te zijn. Nu pas besef ik ook naar welke camping we gaan. Bij de “Alte Muehle” wachten Eric en Tonny ons al op, die mij zelfs zonder oranje RBR shirt herkennen. Aan Eric vraag ik waarvoor de houten uitkijktorens gebruikt die ik onderweg zag. “Dat zijn hoogzitters en die zijn voor de jagers om het overtollig wild af te schieten” antwoord hij. Als hij mijn bedenkelijk gezicht zie, vertelt hij verder. “Die beesten hebben in alle vrijheid in het wild geleefd. Anders dan de dieren uit de bio-industrie”. Ik moet meteen aan de varkens van vanochtend denken. Hij heeft wel een punt.
Alhoewel ik het afschieten niet zie als een noodzakelijk kwaad, maar iets wat door mensen zelf veroorzaakt wordt.
Even later geeft hij mij een mok met lekkere cappuccino als troost. De eerste keer dat we met de rammelbakken deze camping aandeden, hadden ze geen extra drank ingeslagen omdat wij een eigen bartent hadden. ’s Avond bleek dat de deelnemers daar heel anders over dachten. Die wilden geen bier uit plastic bekers en gingen naar het restaurant. In een avond was hun hele bier voorraad opgedronken.

Een uur later arriveert de eerste Rammelbak. Moe maar voldaan en blij om de eerste te zijn. Op aanwijzing van Eric vertel ik waar ze hun kampement mogen opslaan. Bordje met pijl naar rechts volgen, wordt totaal niet gezien tot onze grote verbazing. De wagens druppelen binnen. Het was een lange rit vandaag vanuit Tsjechië zo’n 560 km. Ze hadden geen tijd om nog wat leuks te ondernemen. Deed je dat wel, dan moest je dat compenseren met een stuk snelweg.
Eric en Tonny hebben hun kantoorstoelen buiten gezet en met nog wat campinggasten bekijken ze enthousiast de rammelbakken die finishen. Zo tussendoor hoor je dan nog eens wat. De schoorsteen is op de camping altijd aan, ook hartje zomer. Het warm water wordt nl gestookt op hout. En in Duitsland heet een FP masker een snavelmasker.
Tot zover de wetenswaardigheden.

Niet alle rammelbakken komen heelhuids binnen. Sommigen zijn echt blij dat ze de finish gehaald hebben en zien morgen wel hoe dat ze thuis komen. Zo ook de Toyota Celica die aangeduwd moet worden om te kunnen draaien.
Eindelijk arriveert ook de crew en wordt de Finishvlag gehangen zoals het hoort. De eerstvolgende rammelbakken maken natuurlijk meteen foto’s of ik doe dat voor ze. Trots dat ze dan zijn! Een man op leeftijd, hier op vakantie met zijn vrouw, komt op zijn gemak foto’s bij de finish. Met de spiegelreflexcamera en hij vindt het helemaal geweldig. Zelfs de deelnemers werken mee. In deze editie die eigenlijk naar Edinburgh zou gaan, rijden heel veel oudgedienden mee. Het me dan ook goed dat ze mij herkennen en enthousiast begroeten. Ze hebben me afgelopen week gemist.
Het tentenkamp wordt opgezet en de bar is binnen no time open. Xavier is al druk bezig met de voorbereidingen voor de uitslag en de muziekverzoeken. Tegen 11 uur komen de laatste wagens binnen. Die hebben al bezienswaardigen en uitstapjes gedaan. In totaal finishen er 55 auto’s. In de bartent is het druk. Xavier besluit om geen quiz te doen. Maar doet met verve de prijsuitreiking. Dat is hem wel toevertrouwd. De verdere avond praat ik bij met de crewleden, draai bardienst mee, ben ik gezellig in gesprek met wat oudgedienden. Kortom, ouderwets gezellig/leuk.

Tegen 3 lig ik moe maar voldaan in mijn tentje. De mannen maken nog een paar flessen schrobbelaer soldaat.
’s Nachts hoor ik nog een vreemd geluid wat lijkt op een verkouden ezel of zo. Blijkt het de Gelderlander van de eigenaren te zijn die een hees, maar hard blafje heeft. In ieder geval beter dan een weerwolf :-). 4 uur later is het al weer tijd voor ontbijt en vertrekken de eerste auto’s. De dames van Miss Piggy hebben weer een goed ontbijtje gefikst.
Het team De Doedels bestaat uit een tweeling en een vriend. In schotse outfit, met “niks” eronder? Dat antwoord weet ik nog steeds niet, maar als de dames van Miss Piggy hun outfit aantrekken, doen ze toch eerst een boxershort aan voordat de schotse rok uit gaat. Mhhh. Na de fotosessie op hun rammelbak gaat het weer vice versa met schotse rok en boxershort. Als de tweeling zich voor stelt, is de een de oudste en de ander de knapste!

Thijs, de 2de fotograaf deze week, heeft de laatste nachten in een opblaasbaar bootje geslapen. Blijkbaar bij gebrek aan beter? Mooi zoals die fotografen zich tijdens de reis aanpassen. Het bootje wordt geconfisqueerd door de man op leeftijd. Als aandenken. Steeds meer rammelbakken gaan op huis aan. De landkaartauto en de tijgerbus waren ook weer van de partij zie ik. Geeft toch wel een soort van saamhorigheidsgevoel. Xavier ligt in coma. De hoeveelheid drank en vermoeidheid speelt hem parten. Wakker gemaakt en koffie gebracht. Er zit nog niet veel leven in.
Met z’n allen breken we af en “vegen” de camping schoon. Om 11 uur zijn we klaar voor vertrek en is Xavier verkast naar de bijrijdersstoel en ligt in diepe coma. Blijkbaar moet ik dus terug rijden. Het is en voelt weer als vanouds ;-)!
Nog een laatste blik op de camping en dan vertrekken we voor de 4,5 uur durende terugreis…

Links:

Camping Alte Mühle – Nederlands (camping-altemuehle.de)

Runball Rally – Europe

Poppelse hog-dog

Het zonnetje schijnt al lekker deze ochtend. Mooi dagje om met Snake op pad te gaan.
Vriendin zegt af, heeft last van een Garfield. Eerst maar eens een ontbijtje buiten en dan maak ik een plan-de-campagne. Dat laatste is al snel geregeld als ik meegevraagd wordt om worstenbrood te gaan eten in Poppel. Geen idee hoe of wat, maar blijkbaar is het iets speciaals.
Na een uurtje ben ik eindelijk zo ver en staat Snake buiten. Eerst het banden-ritueel: voor iedere rit moet ik ze beiden oppompen en dan maar hopen dat de ventielen op een bereikbare plek zitten.
Een blik op de benzinemeter vertelt me dat ik Belzenland met gemak haal.

Vanuit Oosterhout rijden we samen lekker binnen door richting zuiderburen. Half Nederland is op pad en dat is te merken ook. Na een uurtje en 50 km verder zijn we in Poppel. Ff goedkoop tanken en 5 minuten verderop is ons einddoel. Ambachtelijk Worstenbrood Poppel staat er op een groot bord.
Voor het oude pand staan 2 knalrode picknicktafels wat mooi afsteekt tegen het zwart van de gevel.
We parkeren onze stalen rossen en besluiten om toch maar binnen te gaan zitten. De zon is inmiddels niet meer zo aardig en zonder parasol overleven wij dat niet.

We worden allerhartelijkst begroet door de eigenaren: Ronald en Leontine. Onze komst was blijkbaar al aangekondigd. De zaak is eenvoudig maar stijlvol ingericht. Een gedurfde zwarte muur waar in diverse vakken worstspecialiteiten hangen. Een hangtafel en een klein zitje voltooien het geheel.
Welke smaak we willen? Het wordt de kipvariant.
Modi, hun bordercolli, komt voorzichtig kijken wie ik ben. Als ik wil aaien deinst ze terug.
Ze is niet bang maar voorzichtig. Uiteindelijk gaat ze maar bij ons onder de tafel slapen. Ronald en Leontine schuiven ook aan. Ze hebben allebei veel te vertellen en vooral omdat ik nieuw voor ze ben.

Beiden zijn motorrijder. Zij heeft haar Sportster onlangs verkocht en Ronald heeft een tijdje geleden zijn Harley ingeruild voor een comfortabele BMW.
Hij schuift mij een flyer toe van het Antwerp Diamond Port Chapter. Ze houden binnenkort de 19de editie van de 500 mijl. Beiden ken ik vanuit mijn HOG-verleden. In 2004 heb ik die rit gereden. Tot nu toe nog steeds de enige vrouw die dat heeft gedaan van mijn oude club. Was geweldig om te ervaren. ’s Nachts eettentjes en wat barretjes open. Mooie route. En natuurlijk de zonsonder- en opgang. Wij moesten rond een uur ’s middags starten op de markt. En eindigden de volgende dag rond twaalf uur ook weer op de markt. Maar leuk dat ze dat nog steeds organiseren en er animo voor is. Na mijn verhaal gehoord te hebben vraagt Ronald meteen of ik mee rijd. Het kriebelt wel om weer mee te doen. Maar dan moet je wel met een kleine groep gaan. Hij weet zelf nog niet of hij mee rijdt.

De worstenbroodjes zijn lekker en het speciale biertje wat de heren er bij nemen ook. Ondertussen bekijk ik de vloer en de stalen van gietvloeren die tegen de muur staan. Als ik verbaasd kijk, krijg ik uitleg. Hun oorspronkelijk bedrijf heet Malva Gietvloeren, dat was hun business. Tot ze hoorden dat een vrouwtje dat vermaard was om haar worstenbroodjes ging stoppen. Ze mochten het overnemen en zo is het Leontine haar bedrijfje geworden. Samen hebben ze de hog-dog bedacht. Een gevlochten broodje met een worst die echt knakt! Speciaal voor de motorrijders 😊.

Ronald vraagt enthousiast of we de formule 1 van Zandvoort blijven kijken. Naast mij wordt ook iemand enthousiast. Vandaag ben ik in een goede bui en geef maar toe. Modi, de enthousiaste border colli, overwint al snel haar angst en ligt binnen no time naast me op de bank. Ik mag aaien en kroelen, ze doet net alsof ze slaapt. Met smaak verorberen we nog een worstenbroodje met spek.
Ondertussen kijken de heren enthousiast naar de F1 en voorzien alles van commentaar.
Leontine volgt het wielrennen en de autoraces op de iPad omdat haar schoondochter mee rijdt.
Ik leer bij en snap nu wat al die cijfertjes betekenen die op het TV-scherm verschijnen en hoe de banden wissel werkt en getimed wordt. Verbaasd zie ik dat het stuur van de coureurs meer weg heeft van een Play Station Controller dan het autostuur wat ik ken. LeClerc doet zijn best om naar voren te komen. Onze Max blijft de hele race in koppositie. Heeft goede concurrentie van Hamilton. En Botta moet zijn best doen om op de 3de positie te blijven. Natuurlijk wint Max en iedereen is blij.

We nemen afscheid. Leuk om het stel en hun hond ontmoet te hebben. Ik ben altijd welkom zeggen ze. Dus neem ik een visitekaartje mee, want ik ken mezelf. Adressen onthouden is niet mijn sterkste kant. Via Riel, Gilze en Rijen rijden we de 50 km binnendoor weer terug. Eindigend bij de Kloosterhoeve in Oosterhout. Alle tafels zijn gereserveerd, wij belanden in de kinderspeeltuin. Biertje en wat eten gaat er goed in.
De schommel lokt. Even voelen of de touwen en de houten zitting sterk genoeg zijn.
Ik waag het er maar gewoon op. Zo heerlijk om weer even kinds te zijn en prima voor de buikspieren.
Met losse handen gaat nog net goed. En heb je last van je rug, dan kun je liggend op een band schommelen.
In de avond schemering rijd ik op Snake terug naar huis.
Het is niet koud en eigenlijk moet deze avond gewoon nog heel lang duren.
Doorrijden naar zee, de zon onder zien gaan. Gewoon genieten omdat het kan.
Het blijft nog even een to-do’tje 😊.


Link:
https://www.facebook.com/Malva-ambachtelijk-worstenbrood-Poppel-2008364809216070/

De ingemetselde kanonskogel

Maanden geleden, toen we de sportschool noodgedwongen moesten inruilen voor dagelijkse te wandelen kilometers, liep ik samen met mijn vriendin een avondwandeling rondom Geertruidenberg. Al die kms gewandel had ook wel z’n leuke kanten. We zijn op veel plekken geweest waar we anders nooit zouden komen. Onbekende straten ontdekt. Mensen ontmoet. En een keer helemaal doorweekt in een hoosbui gewoon naar huis gelopen. Natter kon niet meer 😉.

We waren net terug in den Berg toen we vrienden van haar tegen kwamen. Ze lieten hun hond uit nog net voor de avondklok. We raakten aan de praat en de man had heel veel te vertellen. Soort van geschiedenisles over onze stad. Hij had ooit een rondleiding gedaan en had nog best wel het eea onthouden. Hij neemt ons enthousiast in het kort mee door een mooi stukje historie. De hond wordt ondertussen al een beetje zenuwachtig. Waarschijnlijk heel zindelijk opgevoed bedacht ik.

We blijken in de Bierstraat te staan. En hoe toepasselijk: het grote, oude gebouw in deze straat dat markant boven de omheining uit steekt is de voormalig Bierbrouwerij. Nieuwsgierig proberen we wat glimpen op te vangen. Zo te zien aan de bouwmaterialen die overal liggen zijn de huidige eigenaren het pand aan het renoveren cq verbouwen. Dit stukje historie blijft gelukkig bewaard. De mensen gaven vroeger straten wel namen, zoals Bierstraat als er een bierbrouwerij was, Koestraat omdat de veemarkt er gehouden werd of Markt voor een groot plein waar de markt of de kermis altijd was. Sommige van die namen zijn er nog steeds, maar andere straten heetten vroeger heel anders.

Vervolgens wijst onze mannelijke gids naar een rij stenen van een oud woonhuis. De onderste laag van huizen werd eerst van hout gebouwd. Maar die fikten veel te snel af. Rond 1500 werd hout vervangen door witte stenen. Het huis stamt uit die tijd en daarom zijn die rijen witte stenen nog duidelijk zichtbaar. Tussendoor werp ik snel een blik op de hond die inmiddels met gekruiste voorpoten ongeduldig staat te wachten. Geen idee waarom die hond niet gewoon ff blaft.

Onderweg wijst de man ons op de verschillende kleuren dakpannen die de daken van de huizen versieren. Zwarte dakpannen betekende dat de mensen veel geld hadden, want die waren duur.
De oranje dakpannen waren van een veel goedkoper materiaal. Zo kon je meteen zien waar de elite woonden. Vreemd idee aangezien tegenwoordig op veel huizen oranje dakpannen liggen.
Aangekomen op de Markt gaat de man op zoek naar een bepaald huis. Ten tijde van Napoleon, was ook diens broer wel eens in de stad. Tijdens een van die keren was een kanonskogel in een woonhuis terecht gekomen. Hoe en wat is niet helemaal bekend. Maar de kogel is nu ingemetseld in die plek.
Ja gevonden! Naast het voormalig stadhuis op nr. 34 laat inderdaad zien dat het er hier vroeger niet altijd zo gezellig aan toeging als de terrasjes onder lindebomen doen geloven. Ik weet zeker dat als bomen zouden kunnen praten, we nog heel veel van ze konden leren. Zou er niet zoiets als boom-mens-telepathie bestaan? Of hebben wij als mens dat door de eeuwen heen verleerd?

We bewonderen de kanonskogel, zelfs mijn vriendin die hier geboren en getogen is, wist van het bestaan niet af. De vrienden met hun hond vervolgen hun eigen avondroute weer. We bedanken vriendelijk voor de educatieve wandeling. Het ligt op het puntje van mijn tong om te vragen hoe ze de hond zo getraind hebben dat ze zelfs niet blaft, maar wijselijk laat ik het er maar bij. Het doet er ook niet toe eigenlijk. Ik breng mijn vriendin naar huis en loop het laatste stuk alleen verder. Mijn gedachten zijn nog bij het verhaal van de man en ik besluit dat zodra het kan, ik ook zo’n rondwandeling ga doen. Ben veel te nieuwsgierig naar het volledige verhaal.


Link:
Geertruidenberg – ANWB Wandelen


Carwash

Het is een grijze, saaie woensdag middag. Je zou niet zeggen dat het al zomer is.
Na een gezellige lunch met mijn neef die ik al een hele tijd niet gezien en gesproken had, besluit ik om door te rijden naar de wasstraat. Na de succesvolle slipcursus van afgelopen zondag, heeft Mini er een extra laagje “lak” bijgekregen. Geen idee wat er in dat slipwater zat, maar het effect is wel dat er een vies, wit druppel patroon over mijn hele auto zit. Gelukkig had ik wel mijn ramen dicht gedaan 😊.

Het is rustig bij de carwash. In overleg met eigenaar neem ik nr. 7, aangezien Mini 2 weken geleden al helemaal schoon gewassen in. De man sopt as usual alvast de velgen, ramen en spiegels. Loopt vervolgens de wasstraat en gebaart dat ik even moet wachten. Ik heb alle tijd en wacht geduldig af.
“Dat is nog eens een mooie Mini” hoor ik enthousiast achter me. Verbaasd ga ik uit mijn raam hangen om te kijken waar dit vandaan komt. Een wat oudere man met stevige tred komt aangelopen. Geruite broek, nette blouse. Zo te zien een welgesteld iemand, maar zonder golfbal in zijn keel en geen ster-allures.  Daar kan ik wel wat mee. De man bedank ik vriendelijk ( stiekem ben ik best wel trots op het compliment ) en vraag nieuwsgierig naar zijn bolide. Achter Mini blijkt een dikke vette Jaguar te staan, type XKR Coupe. Mooi gestroomlijnd! Beetje jammer dat de kleur sjiek zwart is en niet racing rood.

Ondanks het feit dat de man een Jaguar rijdt, blijkt hij een echte Mini-fan te zijn. Een van zijn eerste auto’s was een Mini. De echte dus, niet de BMW-Mini zoals die van mij. Met een simpel dashboard. Geen airco. Verwarming met alleen de stand koud en warm. En toch was dat ultieme genieten voor hem. Hij had hem gekocht voor welgeteld NLG 5200,- wat toen al een behoorlijk bedrag was. Van mijn Mini is hij ook helemaal weg. Spontaan bied ik mijn auto te koop aan als 2de wagen. Of gewoon voor de heb. De man moet er om lachen en vindt het geen verkeerd idee, maar zijn Jaguar die hij nu al 8 jaar heeft bevalt gewoon goed. De Harley Davidson sticker op de zijraam die qua kleurstelling en stijl precies bij mijn Mini past, ontlokt hem de vraag of ik zelf ook echt een HD rijd. “Jazeker wel, die sticker zit daar niet zomaar” antwoord ik. Jag-man vindt de sticker mooi gemaakt, maar vraagt niet naar een foto van Snake…

Ondertussen loopt de man van de carwash heen en weer met een waterpomptang. De Jag-man en ik vragen ons af of we niet beter ergens koffie kunnen gaan drinken. Blijkt dat er een Range Rover vast staat in de wasstraat. Of we nog even wilden wachten. Geen probleem voor ons.
Jag-man informeert naar mijn baan. Ik zit in-between-jobs en ga in augustus weer werken bij een nieuwe baas. Natuurlijk wil ik dat van hem ook weten. Hij heeft gestudeerd, ik ben helaas vergeten wat. Is bij een bank terecht gekomen. Heeft toen ook maar zijn bull gehaald voor meester in de rechten. En nu is hij specialist in erf-goed-recht. Iedere dag gaat de Jag-man nog steeds met plezier werken om de problemen van mensen op te lossen. “Je moet wel oppassen met mensen als het om geld gaat, dan zijn ze sluw” waarschuwt hij me.

De carwash-man komt ons moedeloos het slechte nieuws vertellen. De Range Rover is er uit, maar de wasstraat doet het niet meer. Ik krijg mijn gepinde geld contact terug en Mini is toch een beetje schoon. Jag-man neemt afscheid en misschien komen we elkaar nog tegen. Last minute zie ik dat hij geen (trouw)ring(en) om heeft en stiekem wil ik eigenlijk meer van hem weten. In z’n achteruit terug de carwash uit en de Jaguar vertrekt met flink geluid uit de uitlaten, zoals het hoort 😊.
Met een big smile rijd ik achter de Jaguar aan, omdat ik toevallig dezelfde kant op moet…
Dit was weer zo’n byzondere ontmoeting met iemand die ik misschien nooit meer zie. Een pareltje in het leven.

Jaguar XKR Coupe 2008

Duurzaam down under

De begraafplaats ligt achter de kerk waar mijn moeder Maria vereerde en mijn vader de kerkdiensten muzikaal opluisterde. Het is een bijzondere plek, meer een ontmoetingsplaats. Je bent er niet gauw alleen.  Of het nu ochtend, middag of avond is, vaak zijn er nabestaanden, vrienden of kennissen van de overledene op weg naar of van een graf. Met een bloemetje, of een ander kleinood. Of niks. Het is voor de een een plek van troost, voor de ander van verdriet.

Het kerkhof vormt ook een bron voor mystiek. Een akker met herinneringen in steen. De adem van het verleden is er voelbaar en het is er doorgaans stil. Heel stil en rustig. Een rust die je voelt in de lucht. Een stilte die waait over de grafmonumenten, zo nu en dan gebroken door de zucht van de wind. Teksten staan er op de grafstenen, gevolgd door de naam van de overledene, geboortedatum en sterfdag, welke de herinnering aan de gestorvene levend houden.

Sinds ze zijn overleden breng ik wekelijks een bezoekje aan het graf van mijn ouders. Eerst alleen aan mijn moeders graf. Hele gesprekken heb ik met haar gehad. Sinds vorig jaar ook die van mijn vader. Om de een of andere reden zijn de gesprekken dan toch anders. Ik ze de nieuwtjes en praat ze bij over de ups en downs in mijn leven. Soms vraag ik ze om advies, of dat ze voor me willen duimen als er iets spannends moet gebeuren. Nooit krijg ik een antwoord terug, en dat verwacht ik ook niet. Maar om een of andere reden weet ik dat ze er zijn, ergens en dat ze mij horen ( misschien ook zien ). Dat geeft mij dan toch rust. En als ik weg ga, vertel ik altijd hoeveel ik van ze houd en dat ik ze mis.
Met daarna nog een luchtkus.

En ik ben daarin echt niet de enige. Mijn vriendin bezoekt haar vaders graf een paar keer per jaar en zeker op zijn verjaardag. Ze neemt dan twee flesjes bier mee. Een voor haar, een voor hem. Als vanouds proost ze dan met hem en kletst gezellig bij. Als ze weer gaat is haar flesje leeg. Die van hem nog vol en blijft bij het graf achter. Bij een volgend bezoek is het bierflesje of leeg of foetsie.
Een vriend van mij, stoere bolster-blanke pit type, bierbuik en vol met inkt, gaat regelmatig naar het graf van zijn moeder. Stoel en boek mee. Hij leest dan voor, zoals hij dat altijd deed toen ze nog leefde.

Ook deze vrijdag vereer ik ze met mijn bezoek. De zon schijnt, maar de wind is fris. “De natuur is nog koud” zou mijn moeder zeggen. Voor allebei zet ik een mooi bloemstukje op het graf en ontdoe de stenen van vogelpoep. Zand eraf poetsen en de bladeren wegvegen. Tot slot met de gieter een plens water er overheen om alles schoon te spoelen. Ze liggen er weer mooi bij. Nadat ik mijn riedel afgedraaid heb neem ik afscheid en loop terug over het pad langs de overige graven. Alhoewel ik het hier redelijk goed ken, ontdek ik toch steeds weer nieuwe grafteksten en niet eens van recente overledenen. Vreemd idee dat mijn “thuis” tegenwoordig hier is en niet meer in een ouderlijk huis of verpleeghuis.

Twee wat oudere mannen die druk in gesprek zijn, begroeten mij vriendelijk. “Jij bent echt een dochter van je moeder” zegt de kleinste van de twee. Verbaasd kijk ik hem aan. Hij blijkt de koster van de kerk te zijn. Al jaren. Jan is zijn naam. “Ik heb met jouw moeder vroeger nog carnaval gevierd in Elshout” vervolgt hij met een glimlach. Zo te horen is hij een vriendje van mama geweest. En ja, dat van carnaval kan ik wel rijmen. Dat heeft ze altijd leuk gevonden. Zo ik nog eens wat 😉. De andere man, Piet, blijkt mijn moeder ook van vroeger te kennen, als echte Elshoutse. Hij beheert en onderhoudt het kerkhof. Beiden vinden de grafstenen van mijn ouders erg mooi. “Jij zult je ouders nog wel goed herinneren” zegt Piet bedachtzaam. “Ik zou echt niet meer weten hoe mijn ouders er uit zagen”, vervolgt hij, “maar ik mis ze nog steeds”. Blijkbaar heeft hij geen foto’s meer, gevoelsmatig vraag ik er verder niet naar.

Natuurbegraven

Ze waren in gesprek over duurzaam begraven. Er wordt een stuk grond bij het kerkhof toegevoegd waarin alleen maar ecologisch verantwoord en natuurvriendelijk begraven mag worden. Ze wijzen naar een hele grote berg zand naast de bestaande begraafplaats. De locatie zijn ze nu aan het afgraven. Daarna wordt het voorzien van de juiste aarde, en kan er duurzaam begraven worden.
Er zitten wel diverse voorwaarden aan vast om daarvan gebruik te kunnen maken.
Geen idee wat het inhoudt. Ik had er ook nog nooit van gehoord. Piet geeft me graag uitgebreid uitleg.

Naast natuurbegraafplaatsen is het ook mogelijk om duurzaam begraven te worden op een reguliere begraafplaats zoals hier in Elshout. Daarbij is het belangrijk dat er wordt gekozen voor een duurzame kist en duurzame materialen voor kleding van de overledene. Ook kunnen er bij rouwboeketten en bloemstukken keuzes gemaakt worden die beter zijn voor het milieu. Of bij het rouwvervoer en de uitvaartlocatie.

De kist moet van duurzame materialen gemaakt zijn. Deze week werd bijv. de eerste overledene begraven in een kist van mycelium. Dit schimmeldraad-materiaal bevordert een snelle en schone ontbinding van het lichaam. Dat is een vooruitgang van de uitvaartcultuur die vanuit christelijk geloof valt toe te juichen; een graf is geen eeuwige bewaarplaats. Het is handig te letten op welke kleding meegaat in het graf. Zo zijn er materialen die niet mee het graf in mogen, zoals nylon. Wat wel mag bijv. wol, katoen, linnen of zijde. Bloemen zijn erg mooi, maar ze belasten het milieu door de grote hoeveelheden bestrijdingsmiddelen en water die nodig zijn bij het kweken van de bloemen. Daarom moet er bij de keuze van het rouwboeket goed gelet worden op hoe belastend de gekweekte bloemen zijn voor het milieu. Er komt dus nogal wat bij kijken!

Piet heeft me in al zijn wijsheid aan het denken gezet op een positieve manier. Ik dank beide heren en wens ze nog een prettige dag. ’s Avonds later thuis meteen op onderzoek uit gegaan op internet. Na wat speurwerk heb ik al veel informatie. De meest optimale vorm van duurzaam begraven is om begraven te worden op een natuurbegraafplaats. Natuurbegraven is de oudste en meest natuurlijke manier van begraven. Een natuurgraf is voor eeuwig en in harmonie verbonden met de natuur. En het past bij de natuurlijke cirkel van leven en dood en de liefde voor de natuur. Er wordt geen steen geplaatst, maar het graf wordt bijvoorbeeld gemarkeerd met een Oerhollandse zwerfkei of houten boomschijf. Ook krijgen nabestaanden de GPS-coördinaten van de betreffende plek.

De volgende dag spreek ik een van mijn “dochters” die net terug is van de uitvaart van haar oma. Tot mijn verbazing blijkt ze begraven te zijn op een plek midden in een bos. Oma heeft dit van te voren zelf al zo geregeld. Heel vooruitstrevend voor iemand van die leeftijd. Dit geeft voor mijzelf wel de doorslag om “duurzaam down under” te gaan. Moet het alleen nog even vastleggen. In ieder geval een zorg minder en in de wetenschap dat het geregeld wordt zoals ik dat wil.

Links:

https://www.p-plus.nl/nl/nieuws/duurzame-begrafenis
https://www.nrc.nl/nieuws/2017/05/29/duurzaam-doodgaan-doe-je-zo-9815977-a1560723
https://www.uitvaart.nl/docs/TNO-2014-R11303.pdf



De Paapse Kelder

Vorige week belandde ik spontaan aan de eettafel van mij vriendin Miriam in Made. Even bijpraten over wat we elkaar een paar weken lang nog niet verteld hadden. Ook de opknapactiviteiten aan onze huizen worden uitgebreid besproken en oh ja, het fenomeen mannen. Altijd leuk! Ze is spiritueel aangelegd en toen ik weg ging kreeg ik twee steentjes van haar mee. Een bergkristal en rode jaspis. “Je moet ze een week bij je dragen. Ik weet niet of het wat doet maar dat merk je dan vanzelf wel” zei ze en ik weet dat ze het goed bedoelt. Baat het niet, schaadt het niet en wie weet, want nieuwsgierig ben ik wel.

De steentjes hebben alle dagen in mijn broekzak gebivakkeerd. Behalve toen de broek in de wasmachine en ik getik tegen het glas hoorde. Lichtelijk verbaasd zag ik in de glasrand de twee steentjes zitten. Vervolgens de wasmachine open gedaan en de steentjes gered. Verder eigenlijk niks gemerkt tot vandaag. Vanochtend fietste ik op de lange brug over de Donge. Bergopwaarts op een gewone fiets. Mijn conditie is ondanks al het gewandel toch niet meer helemaal wat het geweest is en het kostte me dan ook wat meer moeite dan normaal. Ik lag nog net niet met mijn neus op het stuur. Komt er opeens een man naast me fietsen op een e-bike. Zegt ie: “die brug bedwingen kost wel wat moeite he?” Ik kijk hem verbaasd aan, bedenk of ik hem ergens van moet kennen. Voor ik iets kan zeggen praat hij verder: “op een e-bike is het toch wel wat gemakkelijker” en hij blijft gezellig naast me fietsen. Als ik antwoord dat het goed voor mijn conditie is, beaamt hij dat. “ Maar ik heb deze e-bike toch, dan kan ik hem net zo goed gebruiken”. Inmiddels zijn we onderaan de brug. De man wenst me nog een fijne dag en slaat linksaf. Met een glimlach fietst ik de andere kant op naar de bakker. Geen idee of ik die man ken, maar het was leuk van hem.

Een half uur later loop ik samen met mijn vriendin Marilin ons dagelijks rondje. De langere versie en door de polder vandaag want we hebben de tijd. Langs de gierwagen en door de strontsporen wat een contradictie is met de gezonde, frisse buitenlucht waar we voor gaan. Ze heeft haar verrekijker mee vandaag, maar de enige vogels die zich vandaag laten zien zijn de raven en kraaien. De mezen en vinken hebben blijkbaar vandaag wat beters te doen. We proberen binnen te gluren door openstaande ramen van een oud gebouw, maar ook dat brengt niks op. Mijn telefoon gaat. “Hoi, ik loop achter jullie!” Verbaasd kijk ik om en zie onze andere sportvriendin Bianca achter ons lopen. Ze heeft ook al een flinke ronde gedaan. Geheel volgens de Coronaregels wandelen we verder: ik voorop, de andere 2 meiden op 1,5 meter achter mij. Heb het niet precies nagemeten, maar ach. Om ons zaterdag ritueel in ere te houden gaan we een koffie-to-go halen bij ToDaze. De Latte smaakt goed, staand, want ondanks dat je koffie koopt, mag je nergens zitten. Die logica ontgaat mij …

We besluiten nog een stukje met Bianca mee te gaan en lopen de Markt weer op. Naast Mercato ( de Italiaan ) zijn 3 mannen bezig met graven. Verbaasd en nieuwsgierig lopen wij er naar toe. Zelfs Marilin die heel veel weet, is niet op de hoogte en doet navraag. Ze zijn bezig om een dichtgegooide kelder leeg te graven om daar de koeling van de biertap te huisvesten. Het pand wordt omgebouwd tot een café vertellen de mannen enthousiast verder. Volgens de bouwtekeningen moet de kelder nog intact zijn. De trap is al zichtbaar en de muren ook. Het gewelf moet er ook nog zitten. Hopelijk ook nog een trap die binnen in het huis uit komt. Maar het is voor hen ook nog een verrassing. Ze willen graag de kelder weer in de oorspronkelijke staat terugbrengen en mogen kijken in eenzelfde kelder op Markt nr. 4. De eigenaar van het pand woont op de eerste verdieping en graaft nu de kelder uit. Zijn vriend stort de emmers met zand en puin in de aanhanger. De oudere man, vader van de emmer-man, kijkt toe of het wel goed gebeurt. Respect hoor dat ze een stad café met terras gaan openen in deze Covidtijd. “We hebben alle tijd gehad om er over na te denken hoe we het willen doen” vertelt de man alsof hij mijn gedachten raadt. Knappe vent trouwens voor iemand van 63 jaar en nog vief. “Maar waarom de Paap?” vragen we, want het pand zit op de hoek van de Markt. Er bestaat blijkbaar een Papestraat, zijstraat van de Markt. Vandaar dus. Okay. Bianca bekijkt met interesse iets wat op een stukje heel smal mergpijpje lijkt. “Dat is een stukje menselijk bot waarvan de merg er uit is. Vermolmd hout valt uit elkaar”, weet de zoon te vertellen. “Je kunt er ook bouillon van trekken” grapt de vader olijk. “Weet je, eigenlijk wil ik er ook aan ruiken” en Bianca voegt de daad bij het woord. “Ruik alleen maar vochtige aarde” en ze is zelfs ietwat teleurgesteld en dropt het stukje mens in de aanhanger met puin.

De overbuurman van Marilin komt voorbij gelopen en bekijkt de situatie even. “Nog iets gevonden” vraag hij? “ Bij een verbouwing hier in de straat jaren geleden hebben ze een pot met oude gouden en zilveren munten gevonden! Het pand is uiteindelijk een café geworden met de toepasselijke naam “De Munt”. De eigenaar heeft er de verbouwing van betaald. Het grootste gedeelte is echter naar de staat gegaan. Succes en nog een fijne dag” en de man vervolgt zijn weg. De gedistingeerde man blijkt vroeger slager te zijn geweest en doet tegenwoordig rondleidingen weet Marilin te vertellen.
Wij beloven plechtig dat we een van de eersten zijn die een drankje komen doen zodra ze open zijn en wandelen ook weer door. Onderweg weet Marilin zeker dat ze de vader van haar schooltijd kent en de ex is van een collega van, maar ze durfde er niet naar te vragen. We leveren Bianca onder aan de brug af en lopen weer terug. Marilin weet in eerste instantie het pand van de “De Munt” niet te vinden. “Er waren 3 kroegen in deze straat. Misschien deze” Ze loopt naar een mooi pand, zonder huisnummer, van binnen alles gesloopt en wordt blijkbaar gerenoveerd. Hopelijk krijgt het weer een goede bestemming en maakt er iemand weer wat moois van. Een gebouw met een verhaal, wie wil dat nou niet? “Nee, dit was Impala bar. Aan de overkant moet het zijn”. We steken over naar 2 panden die allebei het uiterlijk hebben van een kroeg met uithangborden. Bij de nadere inspectie blijkt het linkerpand tegenwoordig een woonhuis te zijn. “Dat was vroeger De Brandstee. Dan moet dit De Munt zijn”. Ze wijst naar cafe den Berg.
De kroeg heeft diverse eigenaren en namen gehad. Tussen De Munt en Den Berg heette het Den Juup.

Er staan weer andere mensen te kijken bij de graafwerkzaamheden. We informeren snel of er nog nieuws is en wensen ze succes. Marilin lever ik weer thuis af as usual en loop door het park weer terug naar huis. Geertruidenberg heeft een rijke en interessante geschiedenis. Beetje bij beetje leer ik er steeds meer van kennen, maar ze heeft nog vele geheimen voor mij. Nooit te oud om te leren.
En wat de steentjes betreft: ze brachten vandaag nieuwe leuke en interessante mensen op mijn pad. Spontane ontmoetingen. Open en spontaan en ze wisten ook nog wat te vertellen. Het zijn de kleine dingen he, die je leven rijk maken en energie geven. They made my day.

Stay safe en healthy!

Links:
https://www.bndestem.nl/oosterhout/alle-tijd-om-nieuw-stadscafe-uit-de-grond-te-stampen-lockdown-geeft-ons-rust~a9a03337b/

https://www.facebook.com/Stadscaf%C3%A9-De-Paap-100709148737788/

Een vosje in de sneeuw

De krokusjes steken overal waar het maar kan hun vrolijk gekleurde kopjes boven de grond. Een heel ander gezicht dan al dat wit van nog geen 2 weken geleden. Met een temperatuur van + 15 graden is het een schril contrast met de – 15 graden toen Nederland nog massaal de schaatsijzers onder bond. Een week van sneeuw, strenge vorst, gure wind en dooie vingers die met de huidige zomerse temperaturen al weer lang geleden.

Sinds de sportscholen in december vorig jaar hun deuren moesten sluiten, wandel ik iedere dag samen met mijn vriendin een tot anderhalf uur om toch sportief bezig te zijn. Ik kan mezelf er dit keer nog niet toe zetten om thuis te sporten of rondje bokszak te doen die op zolder hangt. Een goed alternatief vind ik eigenlijk zelf wel, want en ik ben in de frisse buitenlucht en ik word op de hoogte gehouden van diverse wetenswaardigheden en plaatselijke nieuwtjes. Mijn vriendin is namelijk uitermate bedreven in iets uitzoeken. Maakt niet ui wat of waar het over gaat, zij zoekt tot op de bodem uit hoe het zit. Soms wordt dat afgewisseld door politieke discussies, waarbij we ieder onze mening hebben, maar dat respecteren we van elkaar.

Twee weken geleden ploeterden we ’s avonds door de sneeuw, goed ingepakt. Althans ik wel. Om de een of andere reden heb ik het deze winter altijd koud en zij nooit. Zoals altijd luisterde ik aandachtig naar haar verhaal toen ik vanuit mijn ooghoek iets zag bewegen in de sneeuwduin verderop. Onbewust wist ik dat het niet iets gewoons was. Terwijl mijn vriendin enthousiast doorratelt draai ik mijn hoofd om te kunnen zien wat daar beweegt. Tot mijn grote verbazing een vosje die aan het struinen was. Voor het eerst van mijn leven zie ik die nu in levende lijve op een plek waar ik dat nooit verwachtte. Ik stoot mijn vriendin aan en wijs naar het vosje. Voordat ik een foto kan nemen springt het beestje met twee sprongen achter de sneeuwduin en verdwijnt uit ons zicht, waarschijnlijk richting kinderboerderij die daar vlak achter ligt.

Aangezien vriendin een wandelende bibliotheek is van onze stad, informeer ik of er vaker vosjes hier gezien zijn. Ze antwoord ontkennend en gaat weer verder met haar verhaal. Half luisterend gaan mijn gedachten steeds weer terug naar het vosje. Het is niet zo gemakkelijk om een vos te zien te krijgen. Door eeuwenlange bestrijding zijn ze mensenschuw geworden en gaan bijna alleen in het donker op pad.  Laatst was er nog een gezien in hartje Amsterdam ( stad waar mijn roots liggen ) waarschijnlijk op zoek naar voedsel, vertelde mijn zusje de volgende dag.

Foto gemaakt door Jan Koetze

Dagen daarna houdt het dier mij nog steeds bezig. Eigenlijk is het niet okay dat wij dat vosje ’s avonds gezien hebben. Geen idee of dit een solitair levende vos was of nog ergens een “gezin” heeft zitten waarvoor het op strooptocht was. Google weet me te vertellen dat vossen in veel leefgebieden voorkomen, maar ook aan de randen van of in dorpen en steden. Hij leeft daar waar voldoende voedsel en dekking is. Dus dat klopt wel. En het is inderdaad een schemer- en nachtdier en leeft in familiegroepen bij elkaar. Met deze wetenschap ben ik dan wel weer wat gerustgesteld.

Iedere avond lopen we een andere route. Regelmatig komen we langs de plek waar ik het vosje zag. En steeds weer vraag ik me af of het beestje en zijn roedel die winterse week hebben overleefd en waar hij overnacht. Ik zal het nooit weten, maar deze ontmoeting zal ik ook nooit vergeten…

Recyclebrood en gevaarlijke koeken

In mijn dorp zijn een paar bakkers gevestigd met ieder hun eigen specialiteiten. Voor goede bonbons ga ik naar de specialist op de markt. Voor goed gebak kan ik een paar straten verder terecht. En voor brood naar de bakker vlak bij het centrum. Daar ben ik dan ook bijna elke zaterdag te vinden. Het is een routine geworden: Zaterdags na het sporten en na de rituele koffie met de meiden, loop ik naar de deze bakker. Ook in het Covid-tijdperk, zonder eerst de sportschool en de koffie, sta ik iedere zaterdag bij deze bakker in de rij.
Het zit in m’n karakter: het is efficiënt en consequent om een routine te hebben. Elke dag om 6 uur opstaan, elke dag yoghurt met fruit en cruesli als ontbijt, elke dag eerst mijn rechtersok aantrekken en dan m’n linker, elk dag even aan mijn ouders denken, elke avond sporten ( tegenwoordig wandelen bij gebrek aan een open sportschool ), elke dag nadenken over de misstanden in de wereld, elke boos worden over dieren- en natuurleed, elke dag bedenken wat nog een leuke uitdaging is, elke dag dromen over mijn prins ( want mijn jaarhoroscoop voorspelt dat hij dit jaar opm ijn pad komt ). En als de temperatuur het toelaat: een rit met Snake. Ik ben niet perse conservatief, maar wel praktisch en als de routine moet veranderen, pas ik me aan.

Het pand aan de Keizersdijk is in 1869 gebouwd als bakkerij en was tot 1930 in het bezit van Familie de Wit! Zou dat familie van mij geweest zijn? Daarna is het verkocht aan ene bakker Bouwens die de winkeldeur van links naar het midden verplaatste. Een strategisch goede zet van die man. Sinds 1995 zwaait mijn huidige bakker de scepter over dit pand en werkt de dochter van bakker Bouwens alweer 20 jaar bij hen in de zaak. Er hangt altijd een gemoedelijke sfeer, ook tussen de klanten. Het personeel kent hun klanten en adviseert ze goed en ze zijn behulpzaam. Niks is te veel. Zelfs toen de bakker Abraham zag, werden de klanten getrakteerd met een korting op hun aankopen. 
Regelmatig bedenken ze iets nieuws. Van een velvetherfstcake tot een vegetarische saucijzenbroodje. De klanten mogen ( soms moeten ) dan gratis proeven. Ze zijn altijd benieuwd naar wat je er van vindt, en als ze het zelf niet vinden smaken dan vertellen ze dat ook heel spontaan. Hun laatste creatie is de “gevaarlijke koek”. Gevaarlijk in de zin van ?????? Blijkt het gevaarlijk lekker te zijn. En ja, ik kan dat zeker beamen evenals mijn familie en vrienden waaronder ik de koeken distribueer, van Heusden tot den Helder.

Sinds het begin van het Covid-tijdperk, mogen er maar 2 klanten tegelijk de winkel in en wordt de toonbank ieder half uur helemaal schoon gemaakt inclusief de kassa. Ze geven er hun persoonlijke draai aan. Links in de hoek staat een bord met de inspirerende tekst:” We zijn er nog niet, maar verder dan we gisteren waren”. Dat doen ze goed. Positieve instelling die hun klanten motiveert. En heel eerlijk gezegd vind ik het wel prettig dat er maar twee klanten tegelijk de winkel in mogen. Je hebt de ruimte om te kijken, niemand die voor kan kruipen, en je staat niet tegen elkaar aangeplakt als de winkel vol met mensen staat.

Hun zorg voor de wachtende mensen buiten weerspiegelt hun loyaliteit aan de klanten. Als het regent staan de paraplu’s klaar, zelfs die van de klanten worden spontaan uitgeleend. Bij lage temperaturen wordt er vervolgens met liefde en plezier rondgegaan met een warm worstenbroodje. Sta je vlak voor Oudejaarsdag in de rij wordt je getrakteerd op een warme appelbeignet. Het geeft je een beetje een “thuis”-gevoel en dat is ook precies wat ze willen uitdragen. Loopt er een oudere man voor zijn beurt de winkel in omdat hij zich helemaal niet bewust is van de corona-maatregelen, is er niemand die zich ergert of boos wordt. Het is dan ook helemaal geen straf om op zaterdag brood en gevaarlijke koeken te halen. Er is altijd wel een praatje met een van de andere wachtende mensen waar je anders nooit een gesprek mee zou hebben.

Zo ook deze zaterdag ergens vorig jaar zomer.
Het is 11 uur ’s ochtends en de stralen van de zon zijn al intens warm. Als je nog geen opvliegers hebt, dan krijg je ze wel spontaan door deze hitte. Er staan 4 stoelen klaar voor de gevel van de bakkerij, zonder schaduw. Om en nabij de 1,5 m tussenruimte. Het idee is goed, de uitvoering wat minder. Misschien was het daar ’s morgens nog lekker koel en in de schaduw. Nu hebben ze helemaal geen enkel nut om daar te staan, tenzij je je achterste een ander tintje wilt geven. Tegen de tijd dat mijn hersens op het kookpunt raken en ik nog net niet flauw val, ben ik aan de beurt en stap de winkel binnen. Op mijn vraag of ze het wel een beetje vol kunnen houden in deze byzondere corona-tijden, krijg ik een heel relaas te horen:
“Nou eigenlijk wel hoor! Er komt hier regelmatig een fotograaf die speciaal brood koopt om daar in opdracht foto’s van te maken. Ennuh, dat doet ie goed hoor. Daar krijgen we ook nog wat geld voor”. Ze stopt even om verder te gaan met mijn bestelling en vervolgt dan toch weer haar verhaal. “Dat brood komt hij öok weer terug brengen. En tegenwoordig krijgen wij veel mensen uit Hank omdat daar de bakkers dicht zijn. Tsja, ik weet ook niet waarom. Het brood is hydraat-arm en een paar Hankse boeren willen alleen dat brood voor hun varkens. Want dat is het beste voor de dieren. Dat oud brood bewaren wij voor ze en daar krijgen we ook weer een paar euro voor”, eindigt ze met een glimlach. “Dat is nou echt brood dat goed ge-recycled wordt.”

Mijn bestelling ligt ondertussen klaar (inclusief de gevaarlijke koeken!) en ik reken af. Haar collega heeft ondertussen al 3 klanten geholpen en ik voel me een beetje schuldig vanwege de oververhitte, wachtende mensen in de rij buiten.
Aan de andere kant heeft elke kant daar wel begrip voor, aangezien ik niet de enige ben die ze aan de praat houden. Het bakkersechtpaar draait nl ong. 80 uur per week, heeft bijna geen sociaal leven en stapt om 8 uur ’s avonds al het bed in, als jouw en mijn avond pas begint. Hun sociale contacten halen ze uit de klanten en daar nemen ze alle tijd voor.
Daarom sta ik dus iedere zaterdagochtend in de rij, mondkapje op zak, eigen tas mee vanwege anti-plastic en in blijde afwachting van wie ik daar tegen kom en of er nog wat nieuws te horen is in de bakkerswinkel of van de wachtende rij mensen. Out the blue komt dan een opmerking zoals: “waarom staan wij in de breedte in de rij en niet in de lengte?”. Eigenlijk weet niemand dat, macht der gewoonte? Maar dan komt het bevrijdende antwoord ergens uit de rij: “als de zon schijnt is het prettiger om zo in de rij te staan”…
Hij heeft een punt!

Link:
https://wikimiddenbrabant.nl/Keizersdijk_19_(Raamsdonksveer)

Als stenen konden spreken

Het is warm voor de tijd van het jaar op deze winderige zondagochtend in de herfst. Mijn vriendin en ik lopen een van onze rondes. Naast de lichamelijke activiteit doen we ook aan hersengymnastiek . Niet dat we raadsels oplossen, maar meer filosoferen over wat ons bezig houdt. We lopen de Koestraat in die haar naam te danken heeft aan het feit dat door deze straat en de voormalige stadspoort, op het eind daarvan, het vee van de Markt buiten de stad werd gebracht. Er is geen een huis hetzelfde en de meesten stammen nog van een paar eeuwen terug.

Ik laat me ontvallen dat ik nieuwsgierig ben naar wat die stenen te vertellen hebben als ze zouden kunnen praten. “Nou ik niet. Ik hoef al die ruzies en zo niet te weten!” Krijg ik als reactie. Verbaasd kijk ik haar aan, ze weet meer dan ik begrijp ik. “Een paar eeuwen terug was dit een moerasgebied. Het verhaal gaat dat er destijds een koets verdwaalde en in het moeras terecht kwam. Iedereen is kwam om en op een verschrikkelijke manier. Kom, we lopen even langs het huis” zegt ze en troont me mee.

In diverse deur openingen staan kinderen opgewonden te wachten. Er was dit jaar geen sinterklaas intocht, alleen maar op TV, uitgezonden vanaf een geheime locatie. Net als ik me af vraag of er toch een Sinterklaas door deze straat komt, komen diverse zwarte pieten op scooters aangereden. Al toeterend en vrolijk zwaaiend stoppen ze bij de kinderen. Hun mondkapje heeft heel origineel een pepernoten design. Maar de kinderen zijn blij en doen verlegen hun verhaal. Toch jammer van die intocht.

We lopen de hoek om, de markt op. Halverwege de straat stopt ze en zoekt nog even. Dan stoppen we voor het bewuste huis. Mooi oud herenhuis met geveldak. Ze twijfelt even. “Ja, dit moet het zijn. Het huis is gebouwd op het voormalig moeras. En de geesten van de overleden mensen zijn daar nog. Als je er gevoelig voor bent, dan is de voorkamer en de zolder geen goede plek. Er woonde daar een gezin met 2 kinderen. Een van de kinderen was high sensitive en voelde dat feilloos aan.” Ze stopt haar relaas even en vervolgt dan: je bent soms verbaasd als je achteraf hoort wat er zich achter die muren afspeelde.” Mijn vriendin klinkt nu zelfs een beetje boos. “Afijn de kinderen zijn uitgevlogen en ze hebben er zelf blijkbaar geen last van. Ik zou zelf niet in zo’n huis willen wonen, brrrrrr. Ennuh die stenen hoeven echt niet te praten hoor. Ik wil al die rare dingen en zo niet weten.”

Ik kijk nu met andere ogen naar het huis en besluit dat die stenen mogen zwijgen. “Maar er kunnen toch ook leuke dingen gebeurd zijn?!, vraag ik hoopvol. Ze kijkt me even aan en zegt dan bedachtzaam: “ik wil het gewoon niet weten”. Dan loopt ze door en begint over heel wat anders. Toch houdt het me mee bezig. Terwijl ik op huis aan ga en de eerste regendruppels van de aankomende regenbuien al vallen, vraag ik me nog steeds af hoe de wereld hier er uit zag in de tijd dat mijn generatie en nog enkelen daarvoor nog niet op deze aardkloot rond liepen . Ik zal het nooit weten en een stenenfluisteraar bestaat naar mijn weten niet.
Wie weet, ooit, in de verre toekomst….

 

Kist(en) met karakter

Al van kinds af aan ben ik gefascineerd door oude kisten. Zo had mijn moeder al jaren een oud en simpel exemplaar in gebruik. Het was niet veel byzonders. Ooit door haar vader in elkaar getimmerd. Maar omdat er op een plank de tekst: CASE 456, met daaronder: N.O.R.R. en daaronder half vervaagde letters stond, had ik er iets mee.
Dankbaar toen ik hem eindelijk van haar kreeg. De kist heb ik met liefde en plezier opgeknapt en geschilderd, maar wel zo dat de tekst zichtbaar bleef. Dat gaf de kist nou net het unieke karakter.

Door de jaren zijn er wat kisten en kistjes bij gekomen. Zo heb ik aardappel kistje gekocht bij een man die ze verkocht in zijn tuin ergens in de polder. Samen hebben we bepaalde jaargangen uit de stapels gehaald, omdat ik perse die wilde. Een granaatkist gekregen van een vroegere buurman die hem weg wilde gooien. Niet dat inmiddels heel mijn huis vol staat en je je in een doolhof waant. Het vele zoeken op Marktplaats tegenwoordig levert nl maar af en iets aparts op. Natuurlijk vindt iedereen zijn/haar eigen dekenkist mooi en apart, maar toch vallen ze niet op.

Kist

Al een tijdje was ik weer op zoek naar een authentieke dekenkist. Dit keer met een hele speciale reden. Voor de dierbare herinneringen aan mijn ouders. Dat mocht niet zomaar iets zijn. Alsof het zo moest zijn, levert een zoekopdracht een advertentie op met precies datgene waar ik naar op zoek ben:
Prachtige handgesneden oude dekenkist
met glasplaat en extra slot
De foto’s spreken voor zich. De kist is helemaal bewerkt op de onderkant na. Randen met uitgesneden bloemenpatronen, watertaferelen met typische Chinese elementen. Een authentiek slot, maar geen foto’s van de binnenkant. Voor hetzelfde geld is die kapot of verrot. De verkoopster stuurde ze me meteen op, was geen probleem.
Nog even onderhandelen over de prijs en al snel hadden we een deal.
Maar, past niet in mijn Mini.
“Of ik geen cabrio heb”, vraagt ze …..

Een week later toch op pad met een vriend van mij en zijn rollend materieel.
Oud, maar nog vol power, die auto dan 🙂 en de kist zou moeten passen.
Was hij ook weer even van de straat en ik ben best wel aangenaam gezelschap.
Een uur verder zijn we blij als we uit de “sauna” kunnen stappen. “Airco” is in zijn beleving “lucht van Co” (die vriend van mij heet Co. Het is een sjiek buurt en zo te zien zit er veel geld. Beetje verbaasd over het feit dat we hier moeten zijn, check ik het adres nog eens. Klopt toch echt. Na een druk op de bel van het ijzeren hek, we verwachten een sjieke ding-dong maar deze is zonder geluid, komt de heer des huizes ons tegemoet gelopen. Joviaal laat hij ons binnen en waarschuwt voor 2 terriërs. Ik denk aan zo’n worst met pootjes, maar wordt aangenaam verrast door 2 vriendelijke zwarte Russische terriërs. De een met een groene, de andere met een oranje sjaal om de nek gebonden om ze uit elkaar te houden. Broer en zus, zo groot als een bouvier maar dan in een ander jasje. Ze worden graag aangehaald en en laten dat ook merken.

Case 456
Ondertussen komt zijn vrouw naar buiten, degene die ik op de chat had. Net zoals haar man heel spontaan en open. We lopen naar de kist klaar staat bij een houten tuinhuis achter in de tuin. Zo te zien wonen ze hier nog niet zo lang. De kist is in het echt nog mooier dan op de foto’s en ik ben benieuwd naar het verhaal. Ze vertelt dat ze die ooit in een antiekwinkel hebben gekocht. Op hun 50ste hebben ze het roer omgegooid, de zaak verkocht en zijn naar Frankrijk verhuisd. De kist ging mee. Na 5 jaar gingen ze met succes hun geluk proberen in Zuid Afrika. De kist ging weer mee. “Een geweldige tijd” vertelt ze met een lichtelijke heimwee in haar stem. Daar reed ze een cabrio. Vrienden hadden een boompje voor ze. Zij daar heen gereden met de cabrio. Het boompje bleek een grote palmboom te zijn. Zij ook niet te flauw en de boom vastgebonden in de auto. Ze had veel bekijks onderweg. Vandaar haar vraag aan mij of Mini een cabrio was..
De glasplaat is om de kist te beschermen. Ze maakte potten en zette die op de kist omdat het een mooi geheel was.

Terwijl de mannen de kist in de sauna proberen te passen, vertelt ze verder. Ze zijn terug gekomen naar Nederland omdat haar man ziek was geworden. Van hun laatste centen hadden ze op afstand dit huis gekocht. Haar zus, die paar straten verderop woont heeft alles voor ze geregeld. Ze konden er zo in trekken. “Het is nog steeds afwachten of mijn man helemaal beter wordt. We wonen hier nu een jaar, en het was weer even wennen, maar het is beter zo”. Als ik vertel waarvoor ik de kist ga gebruiken zegt ze met een glimlach: “dan komt hij goed terecht”. Ze had er een beetje moeite mee.

oude-houten-kist-met-opdruk-amidon-royal-verkocht-800x800

De volgende dag laat ik haar nog even weten dat de kist al op z’n plek staat. Met de spullen en aandenkens van mijn ouders er in. Het voelde goed.
“Fijn had voor mij ook een sentimentele waarde. Had te maken met mijn vader. Het is goed zo”. Ze zoekt een amoji met een lach en een traan, maar ken hem niet vinden.
Tweeledige gevoelens, ik begrijp haar wel.
“Het was leuk jullie ontmoet te hebben, wens jullie alles goeds” zeg ik om haar een hart onder de riem te steken.
“Voor jou en iedereen die je na staat hetzelfde” antwoordt ze.

De kist heeft nu extra karakter en waarde voor mij. Een vluchtige ontmoeting met mensen die je waarschijnlijk nooit meer ontmoet, maar die wel in je geheugen gegrift blijft staan. Vreemd dat je niet weet hoe het hen zal vergaan. En jammer dat zo’n kist niet kan praten. Wat zou die veel te vertellen hebben ……